B2 ligt dichter bij B1 dan je denkt.

We testten 92 verschillen tussen de twee examens en er bleven er acht over. Bij Lezen en Spreken hield er geen één stand. Dit is wat B2 echt vraagt en waar de stap omhoog dan wél zit.

Dit is het Staatsexamen NT2

B2 is Programma II van het Staatsexamen NT2 en komt van het CvTE. Het heeft dezelfde vorm als Programma I op B1. Dat is belangrijk voor de vergelijking verderop. B1 en B2 komen van dezelfde instantie uit dezelfde jaren. Een verschil tussen die twee is dus een verschil in het examen zelf en niet in wie het geschreven heeft.

Geteld uit de examens die het CvTE publiceert in zijn NT2-oefenomgeving.

Lezen

108 vragen, 3 examens (2023 tot 2025)

Je moet meer zelf afleiden dan op B1 en er staat minder letterlijk. Toch was geen enkel leesverschil dat we tegen B1 testten groot genoeg om te publiceren. Zie het dus als een klein verschil en niet als een andere manier van lezen.

Antwoord zegt in andere woorden wat de tekst zegt66van de 108(61%)
Antwoord moet je uit de tekst afleiden29van de 108(27%)
Antwoord staat bijna letterlijk in de tekst13van de 108(12%)
Foute optie klopt maar hoort bij een andere vraag47van de 108(44%)
Vragen naar één specifiek detail52van de 108(48%)

De valkuil is dezelfde als op B1 en komt hier vaker voor. 47 van de 108 foute opties zijn ware uitspraken die antwoord geven op een vraag die niet gesteld is. De verhouding verschuift wel. Detailvragen zakken onder de helft en bij 29 van de 108 moet je het antwoord zelf afleiden.

In het examen

  • Vraag bij elke optie niet of die waar is, maar of die antwoord geeft op de vraag die er staat. Die valkuil zit in 47 van de 108 vragen en is daarmee de grootste groep.
  • Reken erop dat je moet nadenken in plaats van opzoeken. Slechts 13 van de 108 antwoorden staan er bijna letterlijk.
  • Lees niet vluchtig voor de grote lijn. Detail is met 52 van de 108 nog altijd de grootste vraagsoort. Bij Staatsexamen NT2 oefenen zie je het verschil tussen vluchtig lezen en echt lezen.

Luisteren

115 vragen, 3 examens (2023 tot 2025)

Woorden herkennen werkt hier niet, en niet omdat het goede antwoord jouw woorden vermijdt. Het gebruikt ze ongeveer net zo vaak als de foute opties.

Goed antwoord echoot een woord uit het fragment85%van 230 CvTE-opgaven(machinaal gemeten)
Foute opties die dat ook doen83%van 230 CvTE-opgaven(twee procentpunt verschil)
Foute opties komen uit het hele fragment75van de 114(66%)
Vragen naar één specifiek detail80van de 115(70%)
Fragmenten met maar één spreker23van de 115(20%)

Twee procentpunt scheelt het tussen het goede antwoord en de foute opties als je naar woordoverlap kijkt. Een woord herkennen zegt dus bijna niets. Wat telt is of de optie antwoord geeft op de vraag die er staat. De foute opties zijn juist gebouwd om waar te zijn over het fragment zonder dat te doen. Twee derde put bovendien uit het hele fragment en niet uit één passage.

In het examen

  • Kies een optie niet omdat je die woorden gehoord hebt. Het goede antwoord echoot het fragment in 85% van de gevallen en de foute opties in 83%.
  • Vraag je af of de optie antwoord geeft op de vraag, niet of hij waar is over het fragment. Waar zijn is precies waar de foute opties voor gemaakt zijn.
  • Houd het hele fragment vast en niet één zin. Twee derde van de foute opties is uit het geheel opgebouwd.
  • Reken op meer monologen dan op B1. 23 van de 115 fragmenten hebben één spreker, tegen 10 van de 115 een niveau lager.

Schrijven

30 opdrachten, 3 examens (2023 tot 2025)

Tien opdrachten per examen. Twee dingen gaan hier volledig anders dan op B1. Je mag de details nu bij elke opdracht zelf verzinnen en je vult bij elke opdracht twee velden in plaats van één.

Opdrachten waarbij je de details zelf mag verzinnen30van de 30(100%)
Opdrachten met twee velden om te schrijven30van de 30(100%)
Opdrachten zonder lijstje met punten21van de 30(70%)
Opdrachten die een e-mail zijn20van de 30(67%)
Opdrachten op werk of in het onderwijs27van de 30(90%)

Op B1 zat je bij twee derde van de opdrachten vast aan gegeven feiten. Op B2 bij geen enkele. Dat lijkt vrijheid, maar het werkt precies andersom. Geloofwaardige details bedenken die bij de situatie passen wordt nu beoordeeld. Kun je niks bedenken, dan is er ook niks om op terug te vallen.

In het examen

  • Oefen met geloofwaardige details bedenken. Alle 30 opdrachten laten je dat doen en alle 30 verwachten twee velden in plaats van één.
  • Bedenk eerst wat de situatie nodig heeft en schrijf daarna pas. In 21 van de 30 opdrachten staan de punten er niet bij.
  • Bereid je vooral voor op werk en studie. Dat is 27 van de 30 opdrachten en 20 daarvan zijn een e-mail.

Hoe Schrijven beoordeeld wordt

Het CvTE publiceert het model. Tien opdrachten en 58 punten. De weging ligt dicht bij B1 met één veelzeggend verschil.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

CriteriumPuntenWat het meet
Adequaatheid20Doet de tekst wat de opdracht vroeg, voor de juiste lezer
Grammatica13Grammaticale correctheid
Woordgebruik5Bereik en keuze van je woorden
Spelling5Spelling van de woorden die je gebruikt
Samenhang5Of de onderdelen op elkaar aansluiten

Grammatica weegt hier minder zwaar dan op B1: 13 punten tegen 16. Samenhang stijgt juist van 3 naar 5. Het examen wil langere teksten die als geheel kloppen en vergeeft daarvoor eerder een fout.

Adequaatheid weegt het zwaarst

Twintig van de 58 punten gaan over de vraag of je tekst doet wat de opdracht vroeg. Voor de juiste lezer en in de juiste toon. Dat is meer dan een derde van je score. Op B1 waren het er ook twintig, op een examen dat in totaal minder telde. Een tekst die de plank misslaat verliest hier dus nog meer dan een niveau lager.

De slaaggrens is voor dit examen gepubliceerd: 31 tot 34 van de 58 punten, afhankelijk van het jaar. Dat getal komt van het CvTE en is geen schatting van ons.

Bron: Correctievoorschriften CvTE, Schrijven II, 2023 tot 2025.

Spreken

39 opdrachten, 3 examens (2023 tot 2025)

Dertien opdrachten, met het zwaartepunt in het langere tweede deel. Bij Spreken hield geen enkel verschil met B1 stand in de test. Je kunt je dus voorbereiden zoals je dat op B1 zou doen.

Opdrachten in het langere tweede deel27van de 39(69%)
Opdrachten die beginnen met iemand die iets zegt24van de 39(62%)
Opdrachten zonder plaatje17van de 39(44%)
Opdrachten waarbij je een reden moet geven19van de 39(49%)
Opdrachten die om een mening vragen12van de 39(31%)

Twee derde van de opdrachten zit in het tweede deel, waar de monologen staan. Dat voel je in het examen, ook al komt het niet als verschil uit de getallen. De instructie vertelt nog steeds wat er van je gevraagd wordt: hoeveel dingen je moet noemen en of er een reden bij hoort.

In het examen

  • Let goed op wat de instructie vraagt. In 19 van de 39 opdrachten moet je een reden geven, bijna de helft. Vergeet je die, dan kost dat punten op het zwaarste criterium.
  • Bereid je voor op langer praten. 27 van de 39 opdrachten zitten in het langere tweede deel.
  • Zorg dat je kunt reageren op wat iemand zegt. Bij 24 van de 39 opdrachten begint iemand tegen je te praten. Dat oefen je in de cursus Staatsexamen NT2 Programma 2.

Hoe Spreken beoordeeld wordt

Zes aspecten, 132 punten over dertien opdrachten. Twee daarvan kun je niet uit een transcript halen en dat bepaalt hoe je oefent.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

AspectPuntenWat het meet
Inhoud31Of je gezegd hebt wat de opdracht vroeg
Woord- en zinsvorming31Grammaticale correctheid
Woordenschat27Bereik en keuze van je woorden
Uitspraak27Of je te verstaan bent
Tempo9Je spreektempo en hoeveel je aarzelt
Woordkeuze4Of je woorden bij de situatie passen

Woordenschat weegt hier zwaarder dan op B1, 27 punten tegen 24. Woordkeuze weegt juist minder. Het examen vraagt om bereik en niet om precies het goede woord.

Uitspraak en tempo zijn samen 36 van de 132 punten, ruim een kwart. Allebei overleven ze een transcript niet. Onze eigen feedback dekt daarmee ongeveer driekwart van wat een echte beoordelaar meeweegt. Dat zeggen we liever dan dat we een score hier laten doorgaan voor een voorspelling van je examen.

De slaaggrens is voor dit examen gepubliceerd. Het examen ging in 2024 op de schop: in 2023 lag de grens op 67 van de 126 punten, in 2024 en 2025 op 75 en 73 van de 132. Die getallen komen van het CvTE en niet van ons.

Bron: Correctievoorschriften CvTE, Spreken II, 2023 tot 2025.

Waarin B2 van B1 verschilt

We deden 92 tests over alle velden die we gecodeerd hebben. Acht kwamen groot genoeg uit én stonden op een veld dat betrouwbaar gecodeerd is. Die acht zitten allemaal in Luisteren en Schrijven. Lezen en Spreken leverden er geen één op.

Luisteren: foute opties komen uit het hele fragment

B134%B266%

38 van de 112 op B1 tegen 75 van de 114 op B2

Schrijven: je mag de details zelf verzinnen

B133%B2100%

12 van de 36 op B1 tegen 30 van de 30 op B2

Luisteren: fragmenten met één spreker

B19%B220%

10 van de 115 op B1 tegen 23 van de 115 op B2

De linkerkolom is B1, de rechter B2. Allebei zijn ze het Staatsexamen NT2, geschreven door dezelfde mensen. Dezelfde jaren, op dezelfde manier gecodeerd. Wat hier tussen de kolommen staat is dus echt een verschil in het examen. Het is kleiner dan de niveaunamen doen vermoeden.

Eén ding om in gedachten te houden

Dit zijn drie opeenvolgende jaren van één examen en geen steekproef uit alles wat het CvTE ooit heeft samengesteld. Was een veld te onzeker om te coderen, dan lieten we de vraag weg in plaats van te gokken. Daarom lopen sommige tellingen tot 114 en niet tot de volle 115. We publiceren wat we geteld hebben en waar het op rust. Zo bouwen we ook de inburgeringscursus.

Hoe dit geteld is

Van elke vraag uit drie jaar examens is vastgelegd wat er gevraagd wordt, hoe de foute antwoorden in elkaar zitten en hoe het goede antwoord eruitziet. Daarna is elk verschil met B1 getest voordat het hier kwam te staan. De meeste hielden geen stand. Daarom zegt deze pagina dat de twee niveaus dichter bij elkaar liggen dan ze lijken. Welke verschillen afvielen lees je hier en bij examenonderzoek inburgering.

Geteld in augustus 2026, over de examens van 2023, 2024 en 2025.

Timo Yasamin

Timo Yasamin · Oprichter, Inburgeringscursus

Timo begon Inburgeringscursus omdat hij mensen zag oefenen met materiaal dat niemand ooit naast het echte examen had gelegd. Daarom is dat hier wél gedaan. Elk getal op deze pagina’s komt uit de officiële examens. De patronen die de controle niet doorstonden staan er net zo goed bij als de patronen die dat wel deden.

Oefen het B2-examen
in de echte vorm.

Eén volledig oefenexamen per onderdeel, gratis, in de vorm die het echte examen gebruikt.

Examenonderzoek B2: hoe weinig het van B1 verschilt