Oefenen · B1 · Lezen

Inburgering B1 Lezen oefenen, langere teksten, de echte vorm.

Oefen het onderdeel Lezen op B1, zoals in het Staatsexamen NT2. Je oefent langere teksten, beantwoordt vragen in de realistische examenvorm en ziet je score.

Probeer een B1 oefenexamen Lezen

Eén volledig B1-examen Lezen is gratis, met je score en de verbeterpunten. In de cursus zitten alle examens, alle oefenvragen en de uitleg bij elk onderdeel.

Text 1 of 6

Onmisbaar werk: schoonmaken in het ziekenhuis

Deze tekst komt van een nieuwssite. De tekst beschrijft het werk van ziekenhuisschoonmaker Robert.

Als je aan een ziekenhuis denkt, denk je waarschijnlijk aan dokters en verpleegkundigen. Maar zonder schoonmakers zou een ziekenhuis niet kunnen werken. Robert maakt al twaalf jaar de afdelingen van een groot ziekenhuis schoon. "Mijn werk is misschien niet zichtbaar", zegt hij, "maar het is wel een van de belangrijkste taken die er zijn."

Schoon is een kwestie van leven

In een ziekenhuis is schoonmaken meer dan alleen vegen en stof afnemen. Robert werkt met speciale middelen die bacteriën doden, en hij volgt strenge regels over wat hij eerst en wat hij daarna schoonmaakt. "Als ik een fout maak, kan een patiënt ziek worden", legt hij uit. "Daarom doe ik mijn werk heel precies. Een vieze kamer kan letterlijk levensgevaarlijk zijn."

Contact met patiënten

Robert komt elke dag bij veel patiënten op de kamer. Voor sommige mensen die lang in het ziekenhuis liggen, is hij een vertrouwd gezicht. "Soms ben ik de enige die even een praatje maakt", vertelt hij. "Een grapje of een vriendelijk woord kan veel doen voor iemand die ziek is. Dat staat niet in mijn taakomschrijving, maar voor mij hoort het erbij."

Zwaar en onregelmatig

Het werk is fysiek zwaar en de tijden zijn onregelmatig. Robert begint vaak vroeg in de ochtend, voordat de meeste behandelingen beginnen. "Je staat de hele dag, je tilt en je bukt. Aan het eind van de dag voel ik dat." Toch klaagt hij niet. "Ik weet dat mijn werk ertoe doet. Dat geeft me energie, ook op een drukke dag."

Meer waardering

Sinds de coronaperiode is er meer waardering gekomen voor mensen zoals Robert. "Vroeger keek bijna niemand naar de schoonmaker", zegt hij. "Nu zeggen mensen vaker dankjewel. Dat is een klein gebaar, maar het doet goed. Ik hoop dat die waardering blijft, ook als iedereen het virus weer vergeten is."

1. Waar gaat deze tekst over?

  • a.waarom dokters belangrijker zijn dan de schoonmakers
  • b.hoe belangrijk het werk van een schoonmaker is
  • c.hoe je een ziekenhuis schoon houdt zonder hulpmiddelen

2. Wat bedoelt Robert met "Een vieze kamer kan letterlijk levensgevaarlijk zijn"?

  • a.dat slecht schoonmaken een patiënt ziek kan maken
  • b.dat patiënten bang zijn voor vieze kamers
  • c.dat het werken met die middelen gevaarlijk is voor hemzelf

3. Waarom maakt Robert soms een praatje met patiënten, ook al staat dat niet in zijn taakomschrijving?

  • a.omdat hij anders niets te doen heeft op de afdeling
  • b.omdat de dokters dat van hem eisen bij elke ronde
  • c.omdat een vriendelijk woord veel doet

4. Wat maakt het werk volgens Robert zwaar?

  • a.het is fysiek zwaar en onregelmatig
  • b.hij moet de hele dag stil op kantoor zitten wachten
  • c.hij verdient er te weinig mee voor zo veel uren

5. Wat geeft Robert ondanks het zware werk energie?

  • a.dat hij vroeg begint en daardoor vroeg naar huis mag
  • b.dat het werk licht en rustig is
  • c.het besef dat zijn werk er echt toe doet

6. Wat hoopt Robert over de waardering die sinds de coronaperiode is ontstaan?

  • a.dat die blijft, ook na de coronaperiode
  • b.dat hij er een hoger salaris door krijgt
  • c.dat die na de coronaperiode snel weer verdwijnt

Text 2 of 6

Een half uur van jouw tijd kan een leven redden

Deze tekst komt van de website van de bloedbank. De tekst roept mensen op om bloeddonor te worden.

Elke dag hebben patiënten in het ziekenhuis bloed nodig: mensen na een ongeluk, vrouwen bij een zware bevalling, of patiënten die een operatie ondergaan. Dat bloed kan alleen van mensen komen, het is niet te maken in een fabriek. Daarom zijn er donoren nodig, en misschien ben jij er wel een van.

Het kost je weinig

Bloed geven duurt ongeveer een half uur, en het echte afnemen maar tien minuten. Daarna krijg je iets te drinken en te eten, zodat je weer op krachten komt. De meeste mensen merken er nauwelijks iets van. "Ik dacht dat het pijn zou doen", vertelt donor Wendy, "maar het is maar een klein prikje. Ik ga nu elke paar maanden, en het voelt goed om iets te doen voor een ander."

Wie mag er geven?

Niet iedereen mag zomaar bloed geven; dat is voor de veiligheid van de patiënt. Voordat je voor het eerst geeft, vul je een vragenlijst in en doet de bloedbank een korte controle. Zo weten zij zeker dat jouw bloed veilig is en dat het geven veilig is voor jou. Ben je gezond en tussen de achttien en zeventig jaar, dan kom je waarschijnlijk in aanmerking.

Meer dan een goede daad

Donor zijn geeft veel mensen een goed gevoel, maar er is nog een voordeel: bij elke donatie wordt je bloed gecontroleerd. Je hoort het dus als er iets niet in orde is. Voor sommige donoren is dat een geruststelling. Toch is dat niet de hoofdreden, zeggen de meesten. "Je doet het vooral voor die ander", zegt Wendy. "Voor iemand die je nooit zult ontmoeten, maar die jouw bloed misschien hard nodig heeft."

Meld je aan

Wil je donor worden? Meld je dan aan via onze website. Je kiest zelf een afspraak op een moment dat jou uitkomt, en je kunt terecht op veel plekken in het land. Eén afspraak van een half uur, een paar keer per jaar, en je maakt echt verschil. Misschien red je zonder het te weten een leven.

1. Wat is het doel van deze tekst?

  • a.mensen oproepen om bloeddonor te worden
  • b.patiënten vertellen hoe ze bloed kunnen aanvragen
  • c.uitleggen hoe bloed in een fabriek wordt gemaakt

2. Waarom kan bloed alleen van mensen komen?

  • a.fabrieken mogen geen bloed maken
  • b.het is niet te maken in een fabriek
  • c.het is te duur om het in een fabriek te maken

3. Wat wil de tekst duidelijk maken met het verhaal van Wendy?

  • a.dat je maar één keer in je leven bloed mag geven
  • b.dat bloed geven veel pijn doet en lang duurt
  • c.dat bloed geven minder erg is dan gedacht

4. Waarom moet je een vragenlijst invullen en een controle doen voordat je geeft?

  • a.om te bepalen hoeveel geld je ervoor krijgt
  • b.omdat bijna niemand die controle haalt
  • c.om zeker te weten dat het veilig is

5. Wat is volgens de meeste donoren de hoofdreden om bloed te geven?

  • a.iets doen voor een ander die het bloed nodig heeft
  • b.hun eigen bloed gratis laten controleren op ziektes
  • c.een gratis maaltijd en drinken achteraf krijgen

6. Iemand wil donor worden en vraagt zich af wanneer en waar dat kan. Wat zegt de tekst?

  • a.je moet naar één centrale locatie in het land komen
  • b.je kiest zelf een moment en plek
  • c.je kunt alleen in het weekend een afspraak maken

Text 3 of 6

Moet huiswerk blijven?

Deze tekst komt van een website over onderwijs. De tekst denkt na over het nut van huiswerk.

Voor de meeste leerlingen hoort het er gewoon bij: huiswerk. Maar de laatste jaren wordt er steeds vaker gediscussieerd of huiswerk eigenlijk wel nut heeft. Sommige scholen schaffen het zelfs helemaal af. Heeft huiswerk zin, of is het vooral een gewoonte die we niet meer durven los te laten?

Waarom huiswerk kan helpen

Voorstanders zeggen dat huiswerk leerlingen leert zelfstandig te werken. Op school is er altijd een docent die helpt, maar thuis moet je het alleen doen. Dat is goede oefening voor later, bijvoorbeeld voor een vervolgopleiding. Daarnaast krijg je door huiswerk meer tijd om te oefenen met de stof. "Sommige dingen leer je pas echt als je ze een paar keer zelf hebt gedaan", zegt leraar Daan.

De andere kant

Tegenstanders wijzen op de nadelen. Niet elke leerling heeft thuis een rustige plek of iemand die kan helpen. Daardoor is huiswerk oneerlijk: een kind met een eigen kamer en hoogopgeleide ouders heeft een groot voordeel boven een kind dat thuis weinig steun krijgt. Bovendien zijn kinderen na een lange schooldag vaak moe, en gaat het maken van huiswerk dan ten koste van sport, hobby's of tijd met familie.

Het gaat om de kwaliteit

Steeds meer deskundigen zeggen dat het niet om de hoeveelheid huiswerk gaat, maar om de kwaliteit. Een berg sommen die een kind al beheerst, levert weinig op en zorgt vooral voor tegenzin. Maar een kleine, slimme opdracht die aansluit bij de les kan juist heel waardevol zijn. "Beter een kwartier zinvol huiswerk dan twee uur invuloefeningen", zegt Daan.

Geen simpel ja of nee

De vraag is dus niet zozeer óf huiswerk moet blijven, maar hóé je het inzet. Goed huiswerk helpt leerlingen vooruit, maar slecht of te veel huiswerk werkt averechts en vergroot het verschil tussen leerlingen. Misschien is de beste oplossing dat scholen huiswerk niet afschaffen, maar wel kritisch kijken naar wat ze opgeven, en waarom.

1. Wat doet deze tekst vooral?

  • a.uitleggen hoe je sneller huiswerk maakt
  • b.nadenken over de voor- en nadelen van huiswerk
  • c.leerlingen oproepen geen huiswerk meer te maken

2. Waarom leert huiswerk leerlingen volgens voorstanders zelfstandig werken?

  • a.omdat je het thuis zonder docent alleen moet doen
  • b.omdat huiswerk altijd in een groep wordt gemaakt
  • c.omdat de docent al het huiswerk zelf nakijkt

3. Waarom noemt de tekst huiswerk "oneerlijk"?

  • a.omdat sommige docenten veel te veel werk opgeven
  • b.omdat huiswerk nooit met een cijfer wordt beoordeeld
  • c.omdat niet elke leerling thuis rust of hulp heeft

4. Wat bedoelt leraar Daan met "Beter een kwartier zinvol huiswerk dan twee uur invuloefeningen"?

  • a.dat de kwaliteit belangrijker is dan de hoeveelheid
  • b.dat leerlingen nooit langer dan een kwartier mogen werken
  • c.dat invuloefeningen het beste soort huiswerk zijn

5. Wat is de conclusie van de tekst?

  • a.dat alle scholen het huiswerk moeten afschaffen
  • b.dat hoe meer huiswerk een school opgeeft, hoe beter
  • c.dat het niet gaat om óf huiswerk blijft, maar hóé

6. Welk nadeel van huiswerk noemt de tekst naast de oneerlijkheid?

  • a.docenten hebben geen tijd om het na te kijken
  • b.het kost de school te veel geld aan materiaal
  • c.het gaat ten koste van sport, hobby's of familie

Text 4 of 6

Iets gekocht dat niet bevalt? Zo stuur je het terug

Deze tekst komt van de website van een webwinkel. De tekst legt uit hoe je een bestelling terugstuurt.

Heb je online iets gekocht dat toch niet bevalt? Geen zorgen, je kunt het bij ons terugsturen. Je hebt daarvoor wettelijk veertien dagen de tijd, gerekend vanaf de dag dat je het pakket hebt ontvangen. Lees hieronder hoe het werkt.

Aanmelden

Voordat je iets terugstuurt, meld je de retour aan via je account op onze website. Je krijgt dan een retourlabel dat je kunt uitprinten en op het pakket plakt. Heb je geen printer? Dan kun je in plaats daarvan een code gebruiken die je bij het afgiftepunt laat zien. Stuur nooit een pakket terug zonder het aan te melden, want dan kunnen we het niet aan jou koppelen.

Hoe het product terug moet

Het product moet onbeschadigd en compleet zijn, met alle labels er nog aan. Kleding mag je passen, maar niet dragen. Is een product duidelijk gebruikt of beschadigd door jou, dan krijg je mogelijk niet het hele bedrag terug. Doe het product bij voorkeur terug in de originele verpakking.

Terugbetaling

Zodra wij je pakket hebben ontvangen en gecontroleerd, krijg je je geld terug op de rekening waarmee je hebt betaald. Dat duurt meestal een paar dagen, maar uiterlijk veertien dagen. De verzendkosten van je oorspronkelijke bestelling krijg je terug; de kosten van het terugsturen betaal je zelf, tenzij het product kapot of verkeerd was.

Ruilen

Wil je het product niet terug, maar ruilen voor een andere maat of kleur? Dat kan niet in één keer. Stuur het oude product terug volgens de stappen hierboven, en plaats een nieuwe bestelling voor wat je wel wilt. Zo gaat het sneller dan wachten op een ruiling.

1. Wat is het doel van deze tekst?

  • a.uitleggen hoe je een online bestelling terugstuurt
  • b.reclame maken voor de nieuwste producten in de winkel
  • c.uitleggen hoe je op de website iets bestelt

2. Je hebt een pakket op 1 maart ontvangen. Tot wanneer mag je het terugsturen?

  • a.er geldt helemaal geen termijn
  • b.tot en met 14 maart (veertien dagen)
  • c.tot 1 april (dertig dagen na 1 maart)

3. Je hebt geen printer. Hoe kun je dan toch een pakket terugsturen?

  • a.wachten tot je zelf weer een printer kunt gebruiken
  • b.het pakket zonder label en zonder aanmelding opsturen
  • c.een code gebruiken die je bij het afgiftepunt laat zien

4. Je hebt een trui gekocht en die een dag gedragen. Wat is het gevolg als je hem terugstuurt?

  • a.je krijgt sowieso al je geld terug
  • b.je krijgt mogelijk niet het hele bedrag terug
  • c.je mag de trui helemaal niet terugsturen

5. Wat raadt de tekst aan als je een product wilt ruilen voor een andere maat?

  • a.het oude terugsturen én apart een nieuwe bestelling plaatsen
  • b.het product in een winkel in de buurt laten ruilen
  • c.het oude product houden en een tweede gratis aanvragen

Text 5 of 6

Hoe komt het zout in de zee?

Deze tekst komt van een website over natuur. De tekst legt uit waarom zeewater zout is.

Wie weleens per ongeluk een slok zeewater binnenkrijgt, weet het: de zee is zout. Maar rivieren en regen zijn dat niet. Hoe komt het dan dat al dat water in de zee wél zout is? Het antwoord heeft te maken met een proces dat al miljoenen jaren duurt.

Het zout komt van het land

Regenwater is niet helemaal zuiver. Het neemt onderweg kleine beetjes zout en mineralen mee uit de bodem en de rotsen. Rivieren voeren dat water, met het zout erin, naar de zee. Per keer gaat het om heel weinig zout, maar dit gebeurt al ontzettend lang, en al die kleine beetjes bij elkaar maken het verschil.

Waarom blijft het zout achter?

Nu zou je denken: als er steeds water bij komt, waarom wordt de zee dan niet gewoon zoeter? Dat komt door verdamping. Door de warmte van de zon verdampt er water uit de zee, dat als waterdamp de lucht in gaat. Maar het zout verdampt niet mee; dat blijft achter in de zee. Zo komt er steeds zout bij, terwijl het water deels weer verdwijnt. Daardoor wordt het water zouter.

Niet overal even zout

Niet alle zeeën zijn even zout. In een warme zee verdampt meer water, waardoor het zout sterker achterblijft; die zee is dan zouter. Een zee waar veel rivieren met zoet water in uitkomen, is juist minder zout. De Dode Zee is zo zout dat je er bijna niet in kunt zinken: het zoute water draagt je lichaam als vanzelf.

Een langzaam evenwicht

De hoeveelheid zout in de zee verandert tegenwoordig nauwelijks nog. Er komt ongeveer evenveel zout bij als er op de bodem neerslaat en vastraakt. De zee is dus al heel lang ongeveer even zout, en dat zal voorlopig zo blijven. Een slok zeewater zal dus ook over duizend jaar nog steeds vies smaken.

1. Waar gaat deze tekst over?

  • a.waarom je beter niet in zee kunt zwemmen
  • b.waarom zeewater zout is
  • c.hoe je zelf zout uit zeewater kunt halen

2. Hoe komt het zout volgens de tekst in de zee terecht?

  • a.rivieren voeren het zout naar zee
  • b.mensen gooien al eeuwenlang zout in het zeewater
  • c.het zout waait met de wind vanuit de lucht in zee

3. Waarom wordt de zee niet zoeter, ook al stroomt er steeds zoet rivierwater bij?

  • a.omdat rivieren juist zout water naar zee aanvoeren
  • b.omdat de zee elk jaar een stuk kleiner wordt
  • c.omdat er water verdampt maar het zout achterblijft

4. Waarom is een warme zee volgens de tekst vaak zouter?

  • a.omdat er minder rivieren in zo'n warme zee uitkomen
  • b.omdat warm zeewater zelf nieuw zout kan maken
  • c.omdat er meer water verdampt en het zout achterblijft

5. Wat bedoelt de tekst met "De zee is dus al heel lang ongeveer even zout"?

  • a.dat er nu helemaal geen zout meer bij komt
  • b.dat er evenveel zout bij komt als er verdwijnt
  • c.dat de zee elk jaar een stuk zouter wordt

Text 6 of 6

Vakantiedagen: de regels op een rij

Deze tekst komt uit het personeelshandboek van een bedrijf. Lees eerst de vraag. Zoek het antwoord in de tekst.

Hoeveel vakantiedagen heb je? Iedereen die fulltime werkt, heeft recht op 25 vakantiedagen per jaar. Werk je parttime, dan krijg je naar verhouding minder: werk je halve dagen, dan heb je recht op de helft. Je bouwt deze dagen het hele jaar door op, dus aan het begin van het jaar staan ze nog niet allemaal op je naam.

Vakantie aanvragen

Vakantie vraag je aan via het personeelssysteem, en wel minstens twee weken van tevoren. Voor een lange vakantie van meer dan twee weken geldt een langere termijn: die vraag je minstens twee maanden van tevoren aan. Je leidinggevende keurt de aanvraag goed of af. Een aanvraag kan worden afgewezen als het te druk is op de afdeling of als te veel collega's tegelijk weg willen.

Dagen meenemen naar volgend jaar

Heb je aan het eind van het jaar nog vakantiedagen over? Een deel daarvan mag je meenemen naar het volgende jaar, maar niet onbeperkt: maximaal vijf dagen. Die meegenomen dagen moet je vóór 1 juli van het nieuwe jaar opnemen, anders vervallen ze. De overige dagen die je niet hebt opgenomen, vervallen aan het eind van het jaar.

Ziek tijdens je vakantie

Word je ziek tijdens je vakantie? Dan tellen die ziektedagen niet als vakantie, mits je je op tijd ziek meldt en een bewijs van een arts kunt laten zien. Je krijgt die dagen dan terug als vakantiedagen. Meld je je niet ziek, dan blijven het gewone vakantiedagen.

Bijzonder verlof

Naast je gewone vakantiedagen heb je in bepaalde situaties recht op bijzonder verlof, zonder dat dit van je vakantiedagen afgaat. Dit geldt bijvoorbeeld bij een huwelijk, een verhuizing of het overlijden van een naast familielid. Hoeveel dagen je krijgt, hangt af van de situatie; vraag dit na bij de personeelsafdeling.

Uitbetalen

Vakantiedagen zijn bedoeld om uit te rusten, dus je kunt ze in principe niet laten uitbetalen in plaats van opnemen. Alleen als je uit dienst gaat en nog dagen over hebt, worden die laatste dagen wel uitbetaald bij je laatste salaris.

1. Hoeveel vakantiedagen heeft iemand die halve dagen werkt?

  • a.helemaal geen vakantiedagen per jaar
  • b.evenveel als een fulltimer, dus 25 dagen
  • c.de helft, dus ongeveer twaalf à dertien dagen

2. Je wilt drie weken op vakantie. Hoe lang van tevoren moet je dit aanvragen?

  • a.minstens twee weken van tevoren
  • b.dat hoeft niet vooraf
  • c.minstens twee maanden van tevoren

3. Waarom kan een vakantieaanvraag worden afgewezen?

  • a.als het te druk is of te veel collega's weg willen
  • b.als je te veel vakantiedagen hebt opgebouwd
  • c.als je parttime in plaats van fulltime werkt

4. Je hebt aan het eind van het jaar acht dagen over. Hoeveel mag je meenemen naar volgend jaar?

  • a.alle acht, want ze vervallen nooit
  • b.geen enkele, ze vervallen allemaal
  • c.maximaal vijf; de andere drie vervallen

5. Tot wanneer moet je meegenomen vakantiedagen opnemen?

  • a.vóór 1 juli van het nieuwe jaar
  • b.vóór het eind van het nieuwe jaar
  • c.er is geen termijn

6. Je wordt ziek tijdens je vakantie. Wanneer tellen die dagen niet als vakantie?

  • a.altijd, ongeacht wat je doet
  • b.als je je op tijd ziek meldt en een bewijs van een arts hebt
  • c.nooit, ziektedagen tijdens vakantie tellen altijd als vakantie

7. Kun je je vakantiedagen laten uitbetalen in plaats van ze op te nemen?

  • a.in principe niet; alleen bij uit dienst gaan
  • b.ja, maar alleen de bijzonder-verlofdagen
  • c.ja, elk jaar aan het eind als je dat wilt

Lezen oefenen op B1-niveau.

Op B1 loopt het onderdeel Lezen via het Staatsexamen NT2 Programma I. De teksten zijn langer dan op A2 en bestaan uit brieven, artikelen en instructies. De vragen toetsen of je de hoofdlijn en de belangrijkste details hebt begrepen. Je krijgt 110 minuten en je mag een woordenboek gebruiken. Dus een deel van het werk is snel genoeg lezen om tijd over te houden voor de lastigere vragen. Je wordt beoordeeld met een vaardigheidsscore tot 500, geen slagingspercentage.

Je oefent het best door hele teksten onder tijdsdruk te lezen, niet losse zinnen. Train jezelf om het antwoord in de tekst te zoeken in plaats van te gokken. Zoek alleen de woorden op die je begrip blokkeren, niet elk onbekend woord. Maak één volledig oefenexamen, kijk waar je punten verloor en lees daarna meer teksten op dat niveau.

Lezen is één onderdeel van de inburgeringscursus. Bekijk de andere onderdelen bij de B1 inburgering oefeningen of doe de hele inburgeringscursus B1.

Veelgestelde vragen over B1 Lezen

Op B1 loopt het onderdeel Lezen via het Staatsexamen NT2 Programma I. Je leest op de computer en de teksten zijn langer dan op A2: brieven, artikelen en instructies. De vragen toetsen of je de hoofdlijn en de details hebt begrepen. Je krijgt 110 minuten voor het onderdeel Lezen.

Op of je de juiste betekenis uit een langere tekst haalt. De vragen laten je een specifiek detail zoeken en scannen naar het stuk dat ertoe doet. Ze vragen je ook tussen de regels te lezen, de hoofdgedachte te vatten en het doel van de schrijver te herkennen. De teksten zijn moeilijker dan op A2. Je leest dus nauwkeurig en snel tegelijk.

Met een vaardigheidsscore. Je slaagt bij 500 en dat is geen percentage. Het aantal ruwe punten dat je voor die 500 nodig hebt verschilt per examen, omdat sommige teksten moeilijker zijn dan andere. Het examen wordt daarom genivelleerd. Het oefenexamen laat zien waar je punten verloor, zodat je weet aan welk soort tekst of vraag je moet werken.

Nee. Op B1 loopt het onderdeel Lezen via het Staatsexamen NT2 Programma I, niet via het A2-inburgeringsexamen. De teksten zijn langer en de uitslag is een vaardigheidsscore met een grens bij 500, geen ruwe score. Ligt je route op B1, dan is dit het examen waar je je op voorbereidt.

Oefen met hele teksten onder tijdsdruk in plaats van losse zinnen, zodat 110 minuten normaal gaat voelen. Train jezelf om het antwoord in de tekst te zoeken in plaats van te gokken. Scan gericht naar het detail dat een vraag vraagt. Op het echte examen mag je een papieren woordenboek NT2 gebruiken, maar reken er niet op: opzoeken kost tijd, dus het helpt alleen bij een enkel woord. Ons oefenexamen gebruikt dezelfde soort teksten, zodat je het tempo leert bepalen en ziet waar je nog punten verliest.

Doe één B1-examen Lezen gratis,
ga daarna verder in de cursus.

Je maakt één volledig B1-examen Lezen gratis, met je score. In de cursus zitten alle leesexamens, alle oefenvragen en de uitleg bij elk onderdeel. Zo oefen je zonder limiet tot je vaardigheidsscore op 500 staat.

Inburgering B1 Lezen Oefenen 2026: Gratis Examen