Oefenen · B1 · Spreken

Inburgering B1 Spreken oefenen, volledig gratis.

Oefen het onderdeel Spreken op B1, zoals in het Staatsexamen NT2. We simuleren een écht examen: je krijgt opdrachten, spreekt je antwoorden in en ziet je score.

Doe een B1 oefenexamen Spreken

Eén volledig B1-examen Spreken is gratis. Je ziet meteen je score en welk aspect je punten kostte. In de cursus zitten daarna alle spreekexamens, alle oefenvragen en de uitleg per onderdeel. Zo oefen je onbeperkt tot je op niveau zit.

Short tasks

Task 1 of 16

Telefoon kwijt
A smartphone with a turquoise case and a small white flower sticker, lying on a counter.

U bent uw telefoon kwijtgeraakt in de supermarkt. U gaat naar de servicebalie om te vragen of iemand hem heeft gevonden. De medewerker wil weten hoe uw telefoon eruitziet. Kijk naar het plaatje.

medewerker: Er zijn vandaag een paar telefoons ingeleverd. Kunt u beschrijven hoe die van u eruitziet?

Beschrijf uw telefoon voor de medewerker.

Short tasks

Task 2 of 16

Te veel werk

Een collega heeft het de laatste tijd erg druk en voelt zich gestrest. Hij krijgt zijn werk bijna niet af en weet niet goed wat hij eraan moet doen. Hij vraagt u om raad.

collega: Ik heb zo veel te doen, ik krijg het bijna niet af en word er onrustig van. Heb jij misschien een tip voor me?

Geef uw collega een advies over wat hij aan de drukte kan doen.

Short tasks

Task 3 of 16

Samen of alleen leren

Op uw opleiding kunt u kiezen: samen in een groep studeren of in uw eentje leren. Een medestudent vraagt wat u daar zelf het prettigst aan vindt.

medestudent: We mogen straks zelf kiezen: samen in een groepje leren of gewoon alleen. Wat vind jij fijner?

Geef uw mening: liever samen leren of alleen? Noem een reden.

Short tasks

Task 4 of 16

Een kaartje kopen
A grey ticket machine on a platform, with a screen, a card reader and a slot.

U staat op het station bij een kaartautomaat. Een buurvrouw die naast u staat, weet niet hoe ze een treinkaartje moet kopen. Ze vraagt u om uitleg. Kijk naar het plaatje.

buurvrouw: Ik snap deze automaat niet zo goed. Kunt u mij even uitleggen hoe ik een kaartje koop?

Leg uw buurvrouw uit hoe ze een treinkaartje kan kopen bij de automaat.

Short tasks

Task 5 of 16

Met de fiets naar werk

U komt zelf elke dag met de fiets naar het werk en vindt dat fijn. Een collega komt altijd met de auto en staat vaak in de file. U wilt hem overhalen om ook eens met de fiets te komen.

collega: Ik sta elke ochtend weer in de file, vervelend. Maar met de fiets, weet ik niet hoor. Waarom zou ik dat doen?

Overtuig uw collega om ook met de fiets naar het werk te komen. Noem een reden.

Short tasks

Task 6 of 16

Laptop gevonden
A closed silver laptop with one orange and one green round sticker on the lid, on a desk.

U hebt op school uw laptop laten liggen in een lokaal. U gaat naar de balie om te vragen of iemand hem heeft gevonden. De medewerker wil weten hoe de laptop eruitziet. Kijk naar het plaatje.

medewerker: Er is vandaag een laptop ingeleverd. Kunt u beschrijven hoe die van u eruitziet?

Beschrijf uw laptop voor de medewerker.

Short tasks

Task 7 of 16

Planten gaan dood

Uw buurman is net begonnen met tuinieren, maar zijn planten gaan steeds dood. Hij weet niet wat hij verkeerd doet en vraagt u of u een tip hebt.

buurman: Mijn planten gaan steeds dood, terwijl ik er toch goed voor zorg. Heb jij misschien een idee wat ik beter kan doen?

Geef uw buurman een advies over hoe hij beter voor zijn planten kan zorgen.

Short tasks

Task 8 of 16

Zelf koken of afhalen

Een vriendin twijfelt of ze vaker zelf zal koken of juist eten zal afhalen. Ze is benieuwd wat u zelf het liefst doet.

vriendin: Ik twijfel of ik vaker zelf moet koken of gewoon wat moet afhalen. Wat doe jij eigenlijk het liefst?

Geef uw mening: liever zelf koken of afhalen? Noem een reden.

Longer tasks

Task 9 of 16

Een dag in de dierentuin
The woman and the girl looking at elephants at the zoo.
The woman and the girl eating ice cream at a zoo cafe table.
The woman and the girl watching monkeys climb in a tree.

U bent vandaag met uw dochter naar de dierentuin geweest. Het was een leuke dag en u hebt veel gezien. Aan het eind van de dag belt uw vader om te vragen hoe het was. Kijk naar de plaatjes.

vader: Hé! En hoe was jullie dagje dierentuin? Vertel eens, wat hebben jullie allemaal gedaan?

Vertel uw vader wat u en uw dochter vandaag hebben gedaan. Gebruik alle plaatjes.

Longer tasks

Task 10 of 16

Pannenkoeken bakken
The man whisking batter in a bowl with flour and an egg nearby.
The man pouring batter into a frying pan on the stove.
The man eating a finished pancake at a table.

Een huisgenoot wil graag leren hoe hij pannenkoeken bakt, maar hij heeft het nog nooit gedaan. U maakt ze vaak en legt het hem uit. Kijk naar de plaatjes.

huisgenoot: Ik wil zo graag een keer zelf pannenkoeken bakken, maar ik weet niet hoe. Kun jij het me uitleggen?

Leg uw huisgenoot stap voor stap uit hoe hij pannenkoeken bakt. Gebruik alle plaatjes.

Longer tasks

Task 11 of 16

Een cursus volgen

U wilt graag een cursus volgen om beter te worden in uw werk. De cursus kost geld en u hoopt dat uw werk dat betaalt. Uw baas vindt het nog niet nodig. U wilt hem overtuigen.

baas: Een cursus, is dat echt nodig? Het kost geld en tijd. Waarom zou ik daarmee akkoord gaan?

Overtuig uw baas om de cursus te betalen. Geef ten minste twee redenen.

Longer tasks

Task 12 of 16

Beter worden in Nederlands

Een medestudent vindt het Nederlands op de opleiding moeilijk en wil het graag verbeteren. Hij vraagt u hoe hij dat het beste kan aanpakken.

medestudent: Ik vind het Nederlands echt lastig en wil graag beter worden. Wat raad jij me aan om te doen?

Geef uw medestudent advies over hoe hij beter kan worden in Nederlands. Geef ten minste twee tips.

Longer tasks

Task 13 of 16

De open dag
Workers welcoming visitors at the entrance.
A worker giving visitors a tour through the office.
Workers and visitors having coffee and cake together.

Gisteren was er een open dag op uw werk, waar bezoekers het bedrijf konden bekijken. Een collega die vrij was, kon er niet bij zijn. Vandaag vraagt hij u hoe het was. Kijk naar de plaatjes.

collega: Jammer dat ik er gisteren niet bij was! Vertel eens, hoe was de open dag? Wat is er gebeurd?

Vertel uw collega hoe de open dag was. Gebruik alle plaatjes.

Longer tasks

Task 14 of 16

Het koffiezetapparaat gebruiken
A black filter coffee machine with a glass jug, a water tank and a power button, on a counter.

Een vriend logeert een paar dagen bij u. Hij wil graag koffie zetten, maar weet niet hoe uw koffiezetapparaat werkt. U legt het hem uit. Kijk naar het plaatje van het apparaat.

vriend: Ik wil graag koffie zetten, maar ik snap jouw apparaat niet zo goed. Kun je uitleggen hoe het werkt?

Leg uw vriend uit hoe hij met het apparaat koffie kan zetten. Noem ten minste drie stappen.

Longer tasks

Task 15 of 16

Toets of werkstuk

Uw opleiding wil iets veranderen. Sommige studenten willen liever een toets maken aan het eind, anderen willen liever een werkstuk schrijven. Een docent vraagt naar uw mening hierover.

docent: We denken na over hoe we toetsen: een toets aan het eind of juist een werkstuk. Wat vindt u daar zelf van?

Geef uw mening: liever een toets of een werkstuk? Geef ten minste twee argumenten.

Longer tasks

Task 16 of 16

Samen een container delen

U gaat klussen in huis en hebt een grote afvalcontainer nodig. Die is duur. Uw buurman gaat binnenkort ook klussen. U wilt voorstellen om samen één container te delen, dan is het goedkoper. Uw buurman twijfelt. U wilt hem overtuigen.

buurman: Samen een container delen? Ik weet niet of dat handig is. Waarom zouden we dat doen?

Overtuig uw buurman om samen één container te delen. Eén goed argument is genoeg.

Spreken oefenen op B1-niveau.

Op B1 loopt het onderdeel Spreken via het Staatsexamen NT2 Programma I. Je zit aan een computer met een koptelefoon. Er verschijnt een opdracht en je neemt je antwoord op binnen de gegeven tijd. Het onderdeel duurt ongeveer 25 minuten en er zit geen examinator bij je in de kamer. Het resultaat is een vaardigheidsscore op een schaal tot 500, geen slagingspercentage.

Je antwoorden worden opgenomen en je voert dus geen heen-en-weer gesprek. Je traint dus vooral de vaardigheid om een opdracht hardop te beantwoorden, helder en uitgebreid onder tijdsdruk. Oefen met inspreken in een microfoon en terugluisteren, zodat de vorm op de examendag vertrouwd aanvoelt. Maak hier één volledig oefenexamen, kijk waar je tekortkomt en focus op deze onderdelen.

Spreken is één onderdeel van de completeinburgeringscursus. De andere onderdelen train je met het inburgering B1 oefenexamen of met onze volledige inburgering B1 cursus.

Veelgestelde vragen over B1 Spreken

Nee. Het Staatsexamen NT2 Spreken wordt opgenomen. Er verschijnt een opdracht op het scherm en je spreekt je antwoord in binnen de gegeven tijd. Je voert dus geen gesprek. Achteraf beoordelen twee opgeleide beoordelaars je opnames los van elkaar, met een vast beoordelingsvoorschrift.

Niet op één cijfer, maar op meerdere aspecten tegelijk. De beoordelaars kijken of je de opdracht echt hebt uitgevoerd. Daarnaast wegen je woordkeus, je grammatica en je uitspraak mee. Op de langere opdracht telt ook de samenhang: houd je een duidelijke lijn vast. Uit die aspecten komt één vaardigheidsscore tot 500. Je zakt dus zelden op één woord, maar wel als een heel aspect achterblijft. Ons oefenexamen geeft feedback per aspect, zodat je ziet wat je punten kostte.

Het onderdeel Spreken op B1 duurt ongeveer 30 minuten. Je bent geslaagd bij een vaardigheidsscore van minimaal 500. Dat is geen percentage goede antwoorden. Het aantal ruwe punten dat je voor die 500 nodig hebt verschilt per examen, want de ene opdracht is lastiger dan de andere. De uitslag laat zien op welk niveau je nu zit.

Nee. Op B1 loopt het onderdeel Spreken via het Staatsexamen NT2 Programma I. Dat is een ander examen dan het A2-inburgeringsexamen. De opzet lijkt op elkaar, maar op B1 zijn de opdrachten langer en verwacht het examen zelfstandiger Nederlands. Staat jouw route op B1, dan is dit het examen waarvoor je je voorbereidt.

Op commando inspreken in een microfoon voelt de eerste keer onnatuurlijk. Daarom slaan mensen dicht. Oefen daarom precies zoals je getoetst wordt. Spreek onder tijdsdruk en luister daarna terug. Controleer of je de opdracht volledig uitvoerde en bleef doorpraten. Let vooral op inhoud en woordenschat, want daar liggen de meeste punten. Ons oefenexamen neemt je antwoorden op en geeft feedback per aspect.

Eén B1-examen gratis,
de hele cursus als je klaar bent.

Neem één B1-examen Spreken gratis op, met feedback per aspect. In de cursus zitten daarna alle spreekexamens, alle oefenvragen en de uitleg per onderdeel. Zo oefen je onbeperkt tot je vaardigheidsscore op 500 zit.

Inburgering B1 Spreken Oefenen 2026: Gratis Examen