Telefoon kwijtU bent uw telefoon kwijtgeraakt in de supermarkt. U gaat naar de servicebalie om te vragen of iemand hem heeft gevonden. De medewerker wil weten hoe uw telefoon eruitziet. Kijk naar het plaatje.
medewerker: “Er zijn vandaag een paar telefoons ingeleverd. Kunt u beschrijven hoe die van u eruitziet?”
Beschrijf uw telefoon voor de medewerker.
Te veel werkEen collega heeft het de laatste tijd erg druk en voelt zich gestrest. Hij krijgt zijn werk bijna niet af en weet niet goed wat hij eraan moet doen. Hij vraagt u om raad.
collega: “Ik heb zo veel te doen, ik krijg het bijna niet af en word er onrustig van. Heb jij misschien een tip voor me?”
Geef uw collega een advies over wat hij aan de drukte kan doen.
Samen of alleen lerenOp uw opleiding kunt u kiezen: samen in een groep studeren of in uw eentje leren. Een medestudent vraagt wat u daar zelf het prettigst aan vindt.
medestudent: “We mogen straks zelf kiezen: samen in een groepje leren of gewoon alleen. Wat vind jij fijner?”
Geef uw mening: liever samen leren of alleen? Noem een reden.
Een kaartje kopenU staat op het station bij een kaartautomaat. Een buurvrouw die naast u staat, weet niet hoe ze een treinkaartje moet kopen. Ze vraagt u om uitleg. Kijk naar het plaatje.
buurvrouw: “Ik snap deze automaat niet zo goed. Kunt u mij even uitleggen hoe ik een kaartje koop?”
Leg uw buurvrouw uit hoe ze een treinkaartje kan kopen bij de automaat.
Met de fiets naar werkU komt zelf elke dag met de fiets naar het werk en vindt dat fijn. Een collega komt altijd met de auto en staat vaak in de file. U wilt hem overhalen om ook eens met de fiets te komen.
collega: “Ik sta elke ochtend weer in de file, vervelend. Maar met de fiets, weet ik niet hoor. Waarom zou ik dat doen?”
Overtuig uw collega om ook met de fiets naar het werk te komen. Noem een reden.
Laptop gevondenU hebt op school uw laptop laten liggen in een lokaal. U gaat naar de balie om te vragen of iemand hem heeft gevonden. De medewerker wil weten hoe de laptop eruitziet. Kijk naar het plaatje.
medewerker: “Er is vandaag een laptop ingeleverd. Kunt u beschrijven hoe die van u eruitziet?”
Beschrijf uw laptop voor de medewerker.
Planten gaan doodUw buurman is net begonnen met tuinieren, maar zijn planten gaan steeds dood. Hij weet niet wat hij verkeerd doet en vraagt u of u een tip hebt.
buurman: “Mijn planten gaan steeds dood, terwijl ik er toch goed voor zorg. Heb jij misschien een idee wat ik beter kan doen?”
Geef uw buurman een advies over hoe hij beter voor zijn planten kan zorgen.
Zelf koken of afhalenEen vriendin twijfelt of ze vaker zelf zal koken of juist eten zal afhalen. Ze is benieuwd wat u zelf het liefst doet.
vriendin: “Ik twijfel of ik vaker zelf moet koken of gewoon wat moet afhalen. Wat doe jij eigenlijk het liefst?”
Geef uw mening: liever zelf koken of afhalen? Noem een reden.
Een dag in de dierentuinU bent vandaag met uw dochter naar de dierentuin geweest. Het was een leuke dag en u hebt veel gezien. Aan het eind van de dag belt uw vader om te vragen hoe het was. Kijk naar de plaatjes.
vader: “Hé! En hoe was jullie dagje dierentuin? Vertel eens, wat hebben jullie allemaal gedaan?”
Vertel uw vader wat u en uw dochter vandaag hebben gedaan. Gebruik alle plaatjes.
Longer tasksTask 10 of 16
Pannenkoeken bakkenEen huisgenoot wil graag leren hoe hij pannenkoeken bakt, maar hij heeft het nog nooit gedaan. U maakt ze vaak en legt het hem uit. Kijk naar de plaatjes.
huisgenoot: “Ik wil zo graag een keer zelf pannenkoeken bakken, maar ik weet niet hoe. Kun jij het me uitleggen?”
Leg uw huisgenoot stap voor stap uit hoe hij pannenkoeken bakt. Gebruik alle plaatjes.
Longer tasksTask 11 of 16
Een cursus volgenU wilt graag een cursus volgen om beter te worden in uw werk. De cursus kost geld en u hoopt dat uw werk dat betaalt. Uw baas vindt het nog niet nodig. U wilt hem overtuigen.
baas: “Een cursus, is dat echt nodig? Het kost geld en tijd. Waarom zou ik daarmee akkoord gaan?”
Overtuig uw baas om de cursus te betalen. Geef ten minste twee redenen.
Longer tasksTask 12 of 16
Beter worden in NederlandsEen medestudent vindt het Nederlands op de opleiding moeilijk en wil het graag verbeteren. Hij vraagt u hoe hij dat het beste kan aanpakken.
medestudent: “Ik vind het Nederlands echt lastig en wil graag beter worden. Wat raad jij me aan om te doen?”
Geef uw medestudent advies over hoe hij beter kan worden in Nederlands. Geef ten minste twee tips.
Longer tasksTask 13 of 16
De open dagGisteren was er een open dag op uw werk, waar bezoekers het bedrijf konden bekijken. Een collega die vrij was, kon er niet bij zijn. Vandaag vraagt hij u hoe het was. Kijk naar de plaatjes.
collega: “Jammer dat ik er gisteren niet bij was! Vertel eens, hoe was de open dag? Wat is er gebeurd?”
Vertel uw collega hoe de open dag was. Gebruik alle plaatjes.
Longer tasksTask 14 of 16
Het koffiezetapparaat gebruikenEen vriend logeert een paar dagen bij u. Hij wil graag koffie zetten, maar weet niet hoe uw koffiezetapparaat werkt. U legt het hem uit. Kijk naar het plaatje van het apparaat.
vriend: “Ik wil graag koffie zetten, maar ik snap jouw apparaat niet zo goed. Kun je uitleggen hoe het werkt?”
Leg uw vriend uit hoe hij met het apparaat koffie kan zetten. Noem ten minste drie stappen.
Longer tasksTask 15 of 16
Toets of werkstukUw opleiding wil iets veranderen. Sommige studenten willen liever een toets maken aan het eind, anderen willen liever een werkstuk schrijven. Een docent vraagt naar uw mening hierover.
docent: “We denken na over hoe we toetsen: een toets aan het eind of juist een werkstuk. Wat vindt u daar zelf van?”
Geef uw mening: liever een toets of een werkstuk? Geef ten minste twee argumenten.
Longer tasksTask 16 of 16
Samen een container delenU gaat klussen in huis en hebt een grote afvalcontainer nodig. Die is duur. Uw buurman gaat binnenkort ook klussen. U wilt voorstellen om samen één container te delen, dan is het goedkoper. Uw buurman twijfelt. U wilt hem overtuigen.
buurman: “Samen een container delen? Ik weet niet of dat handig is. Waarom zouden we dat doen?”
Overtuig uw buurman om samen één container te delen. Eén goed argument is genoeg.