Oefenen · B2 · Luisteren

B2 oefenexamen Luisteren, volledig examen gratis.

Oefen het onderdeel Luisteren op B2 zoals in het Staatsexamen NT2. Elk fragment speelt één keer af zodat je leert het antwoord bij de eerste keer luisteren te pakken..

Probeer een B2 oefenexamen Luisteren

Eén volledig B2-examen Luisteren is gratis. In de volledige inburgeringscursus zit elk examen, alle oefenvragen en de uitleg per onderdeel. Zo kun je blijven oefenen tot je zeker weet dat je er klaar voor bent.

Fragment 1 of 38

1. Wat trekt Samir aan in deze functie?

  • a.Dat hij een klant van begin tot eind kan begeleiden.
  • b.Dat het werk sneller gaat dan bij zijn huidige bedrijf.
  • c.Dat hij met de nieuwste technieken kan werken.

Fragment 2 of 38

Hanneke denkt dat praten met klanten zonder kennis lastig voor Samir wordt.

1. Hoe reageert Samir daarop?

  • a.Hij vervalt zelf ook snel in vaktaal.
  • b.Hij ziet het als zijn sterkste punt.
  • c.Hij vindt het inderdaad een lastig punt.

Fragment 3 of 38

Samir maakte in een vroeg project een fout.

1. Wat heeft hij daarvan geleerd?

  • a.Een plan voortaan sneller opleveren.
  • b.Zorgen dat de techniek altijd perfect klopt.
  • c.Eerst luisteren, dan pas rekenen.

Fragment 4 of 38

Samir is van nature iemand die snel de leiding pakt.

1. Wat doet hij tegenwoordig bewust anders?

  • a.Hij werkt tegenwoordig het liefst alleen.
  • b.Hij houdt zich in en vraagt eerst wat anderen denken.
  • c.Hij neemt in een groep al snel alles over.

Fragment 5 of 38

Klanten willen vaak de goedkoopste oplossing.

1. Wat vindt Samir daarvan?

  • a.Hij praat de klant het liefst iets duurs aan.
  • b.De klant moet altijd de goedkoopste oplossing kiezen.
  • c.De goedkoopste oplossing is zelden de beste.

Fragment 6 of 38

Soms legt een klant Samirs advies naast zich neer.

1. Wanneer kan Samir daar goed mee leven?

  • a.Als hij het advies niet goed heeft uitgelegd.
  • b.Als hij de klant tot zijn keuze kan dwingen.
  • c.Als de klant goed geïnformeerd een andere keuze maakt.

Fragment 7 of 38

Samir leest vakbladen om bij te blijven.

1. Waar leert hij naar eigen zeggen het meest van?

  • a.Van praten met de mensen die op de bouwplaats werken.
  • b.Van het lezen van artikelen in vakbladen.
  • c.Van het volgen van cursussen over techniek.

Fragment 8 of 38

1. Wat wil Samir over vijf jaar vooral bereikt hebben?

  • a.Gebouwen die vooral technisch knap zijn.
  • b.Gebouwen waar het prettiger wonen is.
  • c.Een hoge functie en veel grote projecten op zijn naam.

Fragment 9 of 38

Bram vraagt wie een voedselpakket mag krijgen.

1. Waar wordt volgens Greetje naar gekeken?

  • a.Of iemand toevallig langskomt bij de voedselbank.
  • b.Naar wat er na de vaste lasten overblijft om van te leven.
  • c.Alleen naar de hoogte van het maandinkomen.

Fragment 10 of 38

Bram gaat vrijwilligers aansturen.

1. Wat is volgens Greetje de grootste fout die hij kan maken?

  • a.Ze behandelen als personeel dat moet gehoorzamen.
  • b.Ze te vaak bedanken voor hun vrije tijd.
  • c.Ze een vergoeding geven voor hun uren.

Fragment 11 of 38

Greetje legt het verschil uit tussen twee soorten datums.

1. Wat doet de voedselbank met producten die "ten minste houdbaar tot" zijn?

  • a.Die worden na de datum altijd meteen weggegooid.
  • b.Die mogen helemaal niet worden uitgedeeld.
  • c.Die worden na de datum niet meteen weggegooid.

Fragment 12 of 38

Er is te weinig van een product voor alle pakketten.

1. Wat moet Bram dan volgens Greetje doen?

  • a.Het eerlijk over iedereen verdelen.
  • b.Die dag helemaal geen pakketten uitdelen.
  • c.De eerste mensen in de rij volle pakketten geven.

Fragment 13 of 38

Soms wordt een bezoeker boos.

1. Wat is volgens Greetje daarbij het allerbelangrijkst?

  • a.Meteen in discussie gaan om je gelijk te halen.
  • b.De boosheid nooit persoonlijk opvatten.
  • c.De boze bezoeker wegsturen.

Fragment 14 of 38

Bram komt hier een bekende tegen.

1. Wat moet hij volgens Greetje dan doen?

  • a.De bekende met naam en toenaam begroeten.
  • b.Het thuis als grappig verhaal vertellen.
  • c.Doen alsof hij hem niet herkent.

Fragment 15 of 38

Men denkt vaak dat Greetje dit uit medelijden doet.

1. Wat drijft haar volgens haarzelf echt?

  • a.Zo veel mogelijk eten kunnen uitdelen.
  • b.Mensen met fatsoen en zonder oordeel behandelen.
  • c.Medelijden met mensen die pech in het leven hebben.

Fragment 16 of 38

Mensen klagen vaak dat de taal verloedert.

1. Wat vindt Tomas van die klacht?

  • a.Een taal die verandert, is stervende.
  • b.Het Nederlands verloedert inderdaad hard.
  • c.Taal gaat niet achteruit, ze verandert.

Fragment 17 of 38

1. Waar komen nieuwe woorden volgens Tomas vandaan?

  • a.Van een commissie die ze van bovenaf bedenkt.
  • b.Uit het dagelijks gebruik.
  • c.Van de officiële taalinstanties.

Fragment 18 of 38

Niet elk nieuw woord blijft bestaan.

1. Waarom blijft een woord volgens Tomas?

  • a.Omdat het een gat opvult.
  • b.Omdat het één zomer erg populair is.
  • c.Omdat het leuk en grappig is.

Fragment 19 of 38

Mensen storen zich aan Engelse woorden in het Nederlands.

1. Hoe kijkt Tomas naar het lenen van woorden?

  • a.Als een bedreiging voor het Nederlands.
  • b.Als een teken dat de taal zwak wordt.
  • c.Als een teken van vitaliteit.

Fragment 20 of 38

Mensen zien een dialect vaak als een slordige versie van het Nederlands.

1. Wat zegt Tomas daarover?

  • a.Dialecten zijn niet minder, maar anders, met eigen regels.
  • b.Dialecten zijn een verbasterde versie van het echte Nederlands.
  • c.Het Standaardnederlands is taalkundig beter dan dialecten.

Fragment 21 of 38

Iemand zegt dat iets "fout" is.

1. Wat bedoelt zo iemand volgens Tomas bijna altijd?

  • a.Dat de taal er echt door achteruitgaat.
  • b.Dat het nu niet de norm is, niet dat het echt fout is.
  • c.Dat het een van de diepe regels van de taal overtreedt.

Fragment 22 of 38

Veel mensen denken dat taal door internet sneller verandert.

1. Wat is volgens Tomas de nuance?

  • a.Taal verandert nu juist langzamer dan vroeger.
  • b.De hele taal, ook de grammatica, verandert nu sneller.
  • c.Alleen de woordenschat versnelt, de kern niet.

Fragment 23 of 38

De gespreksleider vraagt of we taalverandering moeten tegenhouden.

1. Wat vindt Tomas dat je op school moet doen?

  • a.Doen alsof de taal van vroeger de enige juiste is.
  • b.Kinderen laten schrijven precies zoals ze willen.
  • c.De norm leren, zonder minachting.

Fragment 24 of 38

1. Wat is de centrale boodschap van de lezing?

  • a.Taalverandering bewijst dat de taal leeft.
  • b.Taalverandering betekent dat er iets kostbaars verloren gaat.
  • c.Een taal moet je bewaren als een museumstuk achter glas.

Fragment 25 of 38

De interviewer schetst het romantische beeld van een boswachter.

1. Wat vormt volgens Femke het grootste deel van haar werk?

  • a.De hele dag lekker buiten door het bos lopen.
  • b.Het planten en snoeien van bomen.
  • c.Het beheren van verwachtingen.

Fragment 26 of 38

Sommigen zeggen: laat de natuur haar gang gaan.

1. Waarom is dat volgens Femke hier niet mogelijk?

  • a.Ingrijpen levert altijd meer natuur op dan nietsdoen.
  • b.Zij houdt niet van nietsdoen.
  • c.Het gebied is te klein en te omringd door de mens.

Fragment 27 of 38

Soms moeten er dieren worden afgeschoten.

1. Hoe kijkt Femke daar tegenaan?

  • a.Ze vindt nietsdoen altijd de vriendelijkste keuze.
  • b.Ze vindt het zwaar, maar nodig.
  • c.Ze doet het zonder er veel moeite mee te hebben.

Fragment 28 of 38

Veel collega's zien bezoekers als een last.

1. Hoe kijkt Femke naar bezoekers?

  • a.Als iets wat je zo veel mogelijk moet buitensluiten.
  • b.Als een last die de natuur verstoort.
  • c.Als de beste bondgenoot van de natuur.

Fragment 29 of 38

Femke ziet het resultaat van haar belangrijkste werk zelf nooit.

1. Hoe kijkt zij daar inmiddels tegenaan?

  • a.Ze wil daarom liever sneller resultaat zien.
  • b.Het geeft haar juist rust.
  • c.Ze vindt het nog steeds vooral frustrerend.

Fragment 30 of 38

1. Wat zou Femke willen dat mensen anders gaan zien?

  • a.Dat we zelf onderdeel van de natuur zijn.
  • b.Dat de mens en de natuur twee gescheiden kampen zijn.
  • c.Dat de natuur een decor is voor een vrije zondag.

Fragment 31 of 38

De interviewer denkt dat een conservator vooral tentoonstelt.

1. Wat is volgens Ingrid haar belangrijkste taak?

  • a.Het bewaren van de collectie voor de toekomst.
  • b.De mooiste stukken tentoonstellen in de zalen.
  • c.Nieuwe objecten voor het museum kopen.

Fragment 32 of 38

De interviewer vraagt of diefstal de grootste dreiging is.

1. Waartegen moet Ingrid de collectie vooral beschermen?

  • a.Vooral tegen diefstal uit het depot.
  • b.Tegen licht, vocht en kleine insecten.
  • c.Tegen te veel bezoekers in het depot.

Fragment 33 of 38

De interviewer vraagt of Ingrid beschadigde stukken mooier maakt.

1. Wat is volgens Ingrid haar doel?

  • a.Verder verval stoppen, niet iets mooier maken.
  • b.Zo veel mogelijk aan het object veranderen.
  • c.Een oud object oppoetsen tot het er nieuw uitziet.

Fragment 34 of 38

Ingrid werkt voor toekomstige onderzoekers.

1. Waarom moet volgens haar álles goed bewaard worden?

  • a.Omdat de bezoeker van vandaag alles wil zien.
  • b.Omdat we nu nog niet weten wat later belangrijk blijkt.
  • c.Omdat alle objecten nu al even belangrijk zijn.

Fragment 35 of 38

Men verwacht dat Ingrid het handwerk het lastigst vindt.

1. Wat vindt zij in werkelijkheid het lastigst?

  • a.Het dag en nacht meten van het vocht.
  • b.Het fijne, precieze handwerk zelf.
  • c.Kiezen waaraan ze het beperkte geld besteedt.

Fragment 36 of 38

De interviewer vraagt of digitaliseren haar werk overbodig maakt.

1. Wat vindt Ingrid van digitaliseren?

  • a.Het maakt het bewaren van originelen overbodig.
  • b.Ze is er als conservator fel op tegen.
  • c.Een prachtige aanvulling, maar geen vervanging.

Fragment 37 of 38

Ingrid heeft een dubbel gevoel over waardering.

1. Waarom merkt niemand haar werk als het goed gaat?

  • a.Omdat goed werk geen zichtbaar spoor achterlaat.
  • b.Omdat bezoekers het museum niet waarderen.
  • c.Omdat ze haar werk in het geheim doet.

Fragment 38 of 38

Men denkt dat het werk na al die jaren routine wordt.

1. Wat maakt het werk voor Ingrid nog steeds de moeite waard?

  • a.Dat het na al die jaren fijne routine is geworden.
  • b.Het gevoel een schakel te zijn in iets groters.
  • c.Dat de collectie inmiddels haar bezit is.

Luisteren oefenen op B2-niveau.

Op B2 loopt het onderdeel Luisteren via het Staatsexamen NT2 Programma II. Je hoort vijf teksten, verdeeld over 38 korte fragmenten in 90 minuten. Elk fragment speelt één keer zonder pauze of terugspoelen. De vaardigheid die je traint is dus het antwoord geven bij de eerste keer luisteren.

Dit oefenexamen simuleert het echte tempo. Je ziet een kleine situatieschets met de vraag, vervolgens start de audio vanzelf en speelt het één keer af. Eén tekst is een gesproken interview waarbij het echte examen de spreker in beeld toont. Hier zie je het beeld en hoor je de audio waarin alle informatie zit. Doe één volledig examen, kijk welk teksttype of vraagtype je punten kostte en blijf deze onderdelen oefenen.

Deze oefenexamens horen bij de gehele inburgeringscursus. Bekijk de andere oefenonderdelen op de B2 oefenexamen inburgeringpagina, of bekijk de hele inburgeringscursus B2.

Veelgestelde vragen over B2 Luisteren

De audio staat vol met details en is academisch. Denk aan een lezing of een interview gesproken op natuurlijk Nederlands tempo. Op B2 moet je vaak een mening of een redenering volgen, niet alleen de feiten oppikken.

Nee. Op B2 speelt elk fragment één keer zonder pauze of mogelijkheid om terug te spoelen. Ons oefenexamen werkt precies op deze manier zodat je gewend raakt aan dit tempo.

Met een vaardigheidsscore waarbij je slaagt bij 500 punten. Het aantal ruwe punten dat je voor die 500 nodig hebt verschilt per examen. Bij dit oefenexamen haal je de 500 bij 24 van de 38 goed. De uitslag laat zien waar je punten verloor, zodat je weet welke opdrachten je moet oefenen.

Eén B2-tekst is een gesproken interview waarbij het echte examen de spreker in beeld toont. Hier zie je het beeld van de spreker en hoor je de audio. Alle informatie die je nodig hebt om te antwoorden zit in de audio, je mist dus niets.

Doe één B2-examen Luisteren gratis,
de rest zit in de cursus.

Je eerste volledige B2-examen Luisteren is gratis. In de volledige cursus zit elk examen, alle oefenvragen en de uitleg per onderdeel. Zo kun je blijven oefenen tot je zeker weet dat je er klaar voor bent.

Inburgering B2 Luisteren Oefenen 2026: Gratis Examen