Onderzoek

Drie jaar inburgeringsexamen, onderzocht.

Elk Staatsexamen NT2 van 2023 tot 2025 en de DUO-oefenexamens voor het inburgeringsexamen. 881 vragen, stuk voor stuk gecodeerd. Dit is wat het examen keer op keer doet en wat dat betekent voor het examen dat jij maakt.

Wat we bekeken hebben

Complete examensets, allemaal met een officieel antwoordmodel of een officieel correctievoorschrift. We hebben niks geschat en niks uit ons geheugen opgeschreven. Elke vraag is apart gecodeerd. Een tweede codeur heeft de leesdata daarna nagelopen op fouten van de eerste.

OnderdeelVragenExamensets
Lezen2889
Luisteren3059
Schrijven666
Spreken1429
KNM802
Totaal88135

Twee examens die we uit elkaar houden

Dit is belangrijker dan het lijkt. Het examen dat je op A2 maakt en het Staatsexamen NT2 komen van verschillende instanties. Ze gedragen zich anders op bijna alles wat we getest hebben. Een getal uit het ene examen zegt niks over het andere. Bij elk getal op deze pagina staat daarom waar het vandaan komt.

Staatsexamen NT2

B1 en B2

Gepubliceerd door het CvTE, inclusief de correctievoorschriften. Hier komt het meeste uit voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken.

Geteld uit de examens die het CvTE publiceert in zijn NT2-oefenomgeving.

DUO-oefenmateriaal

A2 en KNM

De officiële oefenexamens, met de antwoorden uit het resultatenscherm. We noemen het oefenmateriaal omdat het dat is. Het inburgeringsexamen noemen we het nooit.

Geteld uit de oefenexamens die DUO publiceert op inburgeren.nl.

Wat we gevonden hebben

Alles hieronder is geteld. Op elke kaart staat om hoeveel vragen het gaat. Een percentage zonder dat aantal zegt niets.

B1 + B2 LezenStaatsexamen NT2

Eén regel op je examen zegt dat je moet stoppen met lezen

34 van de 34 in 213 opgaven uit 6 examens, B1 en B2

Wat het betekent

Boven elke leestekst staat één regel met een instructie. Bij de eerste vijf teksten staat er hetzelfde. Bij de laatste staat er iets anders: lees eerst de vraag, zoek daarna het antwoord in de tekst. Die regel stond bij de laatste tekst van elk examen dat we bekeken hebben. Daar staat het antwoord in 47% van de gevallen bijna letterlijk in de tekst, tegen 9% bij de andere teksten. Dat onderscheid komt van het examen zelf en niet van ons. Daarom is het te vertrouwen.

De keerzijde

Makkelijker wordt het er niet van. Half goede antwoorden komen daar voor in 24% van de opgaven tegen 12% elders. Het goede feit bij de verkeerde persoon gebeurt in 15% tegen 4%. In 13 van de 34 opgaven staat de informatie bovendien in twee stukjes tekst tegelijk. De moeilijkheid verschuift van begrijpen naar vinden. Sneller zoeken zonder te controleren is precies hoe je erin loopt. Controleer dus twee dingen. Gaat dit stukje echt over jouw geval? Staat er verderop nog een voorwaarde?

A2 LuisterenDUO-oefenmateriaal

Het eerste dat je hoort is meestal niet het antwoord

25 van de 75 in 75 opgaven uit 3 oefenexamens

Wat het betekent

Iemand noemt iets en neemt het daarna terug. "We hadden de pizzeria afgesproken, maar die is dicht. Morgen is het restaurant open." Een derde van de vragen die we gecodeerd hebben werkt zo. Bij lezen kun je een regel teruggaan. Hier komt de correctie één keer voorbij en je hoort hem of je hoort hem niet.

De keerzijde

Met afwachten alleen ben je er niet. 21% van de goede antwoorden valt in het laatste kwart van het fragment. Iets dat af lijkt kan dat dus nog niet zijn. De correctie komt net zo goed aan het eind als aan het begin.

KNMDUO-oefenmateriaal

KNM vraagt veel meer over werk dan over omgangsvormen

40% in 80 vragen uit beide oefenexamens

Wat het betekent

KNM bestaat uit 40 vragen over acht thema's en die thema's zijn lang niet even groot. Werk en inkomen loopt op tot acht of negen vragen, instanties tot zeven. Samen is dat ongeveer 40% van het examen. Omgangsvormen en onderwijs krijgen er elk drie. Dat gold voor beide oefenexamens.

De keerzijde

Met alleen die twee grote blokken kom je er niet. Samen zijn ze ongeveer 40%, dus de andere 60% zit ergens anders. De slaaggrens ligt daar ruim boven. Dit zegt waar je tijd het eerst naartoe gaat, niet waar je kunt stoppen.

B1 SprekenStaatsexamen NT2

Antwoord je naast de vraag, dan levert de hele opdracht niets op

0 in 12 officiële correctievoorschriften

Wat het betekent

Voordat er iets anders beoordeeld wordt stelt de beoordelaar één vraag: hoort dit antwoord bij de opdracht die gesteld is? Zo niet, dan wordt de rest niet meer bekeken. Woordenschat, grammatica en uitspraak tellen dan niet meer mee voor die opdracht.

De keerzijde

Dit is geen reden om minder te zeggen. Het gaat erom dat je antwoord geeft op de vraag die er staat. Kort of voorzichtig antwoorden helpt op zichzelf niet: een kort antwoord dat de opdracht mist scoort dezelfde nul als een lang antwoord.

B1 SprekenStaatsexamen NT2

Staat er een plaatje op je scherm, dan wordt niet naar je mening gevraagd

4% tegen 69% in 87 gecodeerde opdrachten

Wat het betekent

Kijk naar je scherm voordat je begint te praten. Van de opdrachten met een plaatje vroeg 4% wat jij ervan vindt. Zonder plaatje was dat 69%. De reden is simpeler dan het klinkt: een mening kun je niet tekenen. Plaatjes horen dus bij de opdrachten waar iets te zien valt.

De keerzijde

Deze regel geldt maar één kant op. Een plaatje betekent in 96% van de gevallen geen meningsvraag. Andersom werkt het niet: geen plaatje betekent niet dat je wél naar je mening gevraagd wordt, want 31% van die opdrachten vraagt iets anders.

B1 LezenStaatsexamen NT2

De tip die iedereen je geeft werkt niet

4 van de 288 in 288 examenvragen

Wat het betekent

"Kies de optie met woorden die je herkent uit de tekst" is de meest herhaalde examentip die er is. We hebben hem getest op 288 vragen. Bij vier daarvan was er precies één optie met woorden uit de tekst. De rest van de keren wijst de tip naar twee of drie opties tegelijk. Dat komt doordat het meest voorkomende foute antwoord er een is dat de tekst citeert zonder de vraag te beantwoorden.

De keerzijde

Woorden uit de tekst zijn ook geen bewijs dat een antwoord fout is. Het goede antwoord gebruikt ze en de foute antwoorden ook, ongeveer 86% tegen 95%. Het wijst je dus geen kant op, niet naar het goede antwoord en niet naar het foute.

Wat we niet gaan beweren

Elk patroon hieronder zag er overtuigend uit en viel daarna om bij een controle. Het zijn er vijf, uit Lezen, Luisteren en Spreken. We noemen ze hier omdat die controle alles hierboven pas de moeite waard maakt. Een paar van deze tips zie je elders als feit staan.

Antwoord B is vaker goed

In 176 opgaven hield het stand, ook na een correctie voor het aantal tests. Daarna testten we het op examens die we niet gebruikt hadden om het te vinden: 31,7%, dus toeval. Ook als het wél stand had gehouden, kom je er niet. Altijd B invullen levert 10 tot 19 punten op. De slaaggrens is 24. In geen van de zes examens haal je dat.

Kies de optie die woorden uit de tekst herhaalt

Het goede antwoord gebruikt woorden uit de tekst en de foute antwoorden doen dat ook. Ongeveer 86% tegen 95%. Een kenmerk dat in bijna elke optie zit kan ze niet uit elkaar houden. Dit is de meest herhaalde examentip die we kennen. Je hebt er niets aan.

De moeilijkheid loopt netjes op van A2 naar B1 naar B2

A2 verschilt van B1. Het verschil tussen B1 en B2 komt uit op p=0,18 en de losse examens overlappen. Er zijn twee groepen, geen ladder. De tussenstap waar we eerst van uitgingen bestaat niet.

Tel de plaatjes om te weten hoeveel je moet zeggen

Binnen één opdrachttype is de samenhang ongeveer nul. Het leek een regel, maar plaatjes horen nu eenmaal bij het soort opdracht dat toch al kort is.

De neutraal klinkende optie is het antwoord

Drie codeurs zagen dit los van elkaar. Juist daarom moesten we het controleren. Van de 19 vragen waar het om gaat hebben er maar 13 zo’n optie. Ongeveer de helft van de keren is die fout.

Dat is de lat waar alles hierboven langs moest. Een patroon dat alleen opduikt in de examens waarin je het gevonden hebt is geen patroon. Dat vertellen we liever dan dat we het verkopen. Zo bouwen we ook. Lees hoe de cursus is gebouwd of ga meteen naar de inburgeringscursus zelf.

Per niveau

Hoe elk onderdeel in elkaar zit, in getallen. Hoeveel vragen, hoeveel tijd je krijgt, waar de slaaggrens ligt en welke vraagsoorten je tegenkomt.

Oefen het examen
dat we gemeten hebben.

Elk onderdeel, in de vorm die het echte examen gebruikt. Eén volledig oefenexamen per onderdeel is gratis.

Examenonderzoek: 3 jaar examens, 881 vragen gecodeerd