KNM gaat vooral over regels, niet over geschiedenis.
Beide DUO-oefenexamens, 80 vragen, gecodeerd door twee mensen die elkaars werk niet zagen. Bijna de helft van de vragen gaat over hoe iets hier geregeld is. Niet over feiten die je kunt opzoeken.
Dit is oefenmateriaal van DUO
KNM wordt gemaakt door DUO. Dit zijn de twee officiële oefenexamens, met de antwoorden uit het resultatenscherm. Twee codeurs liepen alle 80 vragen apart van elkaar na. Elk getal hieronder telt alleen de vragen waarover ze het los van elkaar eens waren. Waren ze het oneens, dan telt de vraag niet mee. Eén van de twee laten we dan niet de doorslag geven.
Geteld uit de oefenexamens die DUO publiceert op inburgeren.nl.
Hoe het examen eruitziet
80 vragen, beide oefenexamensVeertig vragen per examen, acht themablokken, elke keer drie opties. De vorm verschilt geen moment tussen de twee examens.
Bij elke vraag zit een plaatje en geluid. In 78 van de 80 vertelt dat plaatje je niets wat je nodig hebt. Het staat er voor mensen die nog langzaam lezen. Het antwoord zit er niet in. Lees de vraag en de opties. Het plaatje is versiering.
In het examen
- Zoek geen aanwijzingen in het plaatje. In 78 van de 80 vragen heb je het niet nodig.
- Reken elke keer op drie opties en op geen enkele juist-of-onjuistvraag. Dat gold voor alle 80.
- Gebruik het geluid als lezen traag gaat. Elke vraag wordt voorgelezen, in beide examens.
Waar de vragen zitten
80 vragen, beide oefenexamensEr zijn acht thema’s. Ze verschillen flink in omvang. Werk en instanties zijn samen ruim een derde van het examen. Omgangsvormen en onderwijs hebben er zes.
De verdeling hield stand in beide examens. Daarom kun je je leertijd erop indelen. Werk en inkomen was eerst 8 en toen 9. Instanties was 7 en 7. Heb je weinig tijd, dan zijn de bovenste vier thema’s samen 52 van de 80 vragen.
In het examen
- Stop je tijd eerst in werk, instanties, gezondheid en overheid. Die vier zijn samen 52 van de 80 vragen.
- Sla de kleine thema’s niet helemaal over. Omgangsvormen en onderwijs zijn zes vragen per stuk. Dat is meer dan de marge waarmee de meeste mensen zakken.
- Ga liever een KNM oefenexamen maken dan over de thema’s lezen. De vragen zijn situaties, geen definities.
Wat voor kennis het vraagt
79 vragen waarover beide codeurs het eens warenHier heb je het meeste aan. Sommige vragen toetsen iets dat iemand je moet uitleggen. Andere toetsen iets dat je oppikt door hier te wonen. Dat verschil bepaalt hoe je het aanpakt.
Bijna de helft van het examen gaat over regels. Welke instantie waarover gaat, waar je recht op hebt, wat je zelf moet regelen. Dat kun je leren. ‘Nederland kennen’ laat zich veel lastiger oefenen. Geschiedenis en aardrijkskunde vallen onder die schoolkennis, ruim een vijfde van het examen. Die vragen moet je echt uit je hoofd leren.
In het examen
- Leer geschiedenis en aardrijkskunde uit je hoofd. Alle negen vragen toetsen aangeleerde feiten. Er valt niets uit te redeneren.
- Bij gezondheid en wonen kun je naar het antwoord redeneren. Die vragen zijn situaties waar je doorheen kunt denken.
- Leer welke instantie waarover gaat. Regels en hoe iets geregeld is zijn 36 van de 79 vragen, met afstand de grootste groep.
Hoe de foute antwoorden gebouwd zijn
76 tot 79 vragen waarover beide codeurs het eens warenDe foute opties zijn geen onzin. Het zijn echte instanties en echte regels die hier alleen niet van toepassing zijn. Daarom werkt wegstrepen hier niet.
Iets wegstrepen omdat het niet bestaat helpt je hier niet. In 77 van de 79 vragen verwijst elke foute optie naar iets echts. Een vraag over wonen zet de gemeente en de woningcorporatie naast elkaar. Allebei bestaan ze en allebei gaan ze over wonen. Het verschil zit in wie dit ene ding regelt.
In het examen
- Streep niet weg op geloofwaardigheid. In 77 van de 79 vragen bestaan alle drie de opties echt.
- Vraag je af welke instantie precies dit ene ding regelt. De valkuil die het vaakst terugkomt is een verwant begrip, 30 van de 76.
- Lees de situatie helemaal uit. Twee derde van de vragen beschrijft iemand met een probleem. Het detail dat het antwoord bepaalt staat meestal in de laatste zin.
Eén meting die niets opleverde
We keken of de lengte van de opties het antwoord weggeeft, zoals dat in slecht geschreven oefenmateriaal weleens gebeurt. Dat doet het niet.
Het goede antwoord is de langste optie
26 van de 72 vragen waarin de opties in lengte verschillen
Het goede antwoord is de kortste optie
26 van de 61 vragen waarin de opties in lengte verschillen
Allebei zitten ze zo dicht bij toeval dat je er niets mee moet doen. We zetten het erbij omdat het een echte controle is die niets opleverde. In sommig oefenmateriaal lekt de lengte van de opties wel degelijk. Kijk dus goed waarmee je oefent.
Wat we niet beweren
Twee dingen ontbreken met opzet. Het goede antwoord staat op de eerste plek in 35 van de 80 vragen. Dat lijkt een patroon. Het is niet significant. Dat is wat toeval met 80 vragen doet. Zet er dus niet op in. De verdeling over vraagsoorten laten we weg omdat de twee codeurs het daar maar in 84% van de gevallen eens over waren, tegen 95% of meer bij al het andere. Een getal dat twee zorgvuldige lezers niet allebei terugvinden is geen bevinding. We publiceren wat we geteld hebben en waar het op rust. Zo bouwen we ook de inburgeringscursus.
Hoe dit geteld is
Van alle 80 vragen is vastgelegd wat er gevraagd wordt en hoe de foute antwoorden in elkaar zitten. Twee codeurs deden dezelfde set los van elkaar. Elk getal hier telt alleen de vragen waarover ze het eens waren. Daarom verschilt het aantal vragen per veld. Over één veld waren ze het niet eens genoeg. Dat veld noemen we wel en publiceren we niet. Het staat bij de andere patronen die omvielen, bij ons examenonderzoek.
Geteld in augustus 2026, uit beide oefenexamens die er toen waren.

Timo Yasamin · Oprichter, Inburgeringscursus
Timo begon Inburgeringscursus omdat hij mensen zag oefenen met materiaal dat niemand ooit naast het echte examen had gelegd. Daarom is dat hier wél gedaan. Elk getal op deze pagina’s komt uit de officiële examens. De patronen die de controle niet doorstonden staan er net zo goed bij als de patronen die dat wel deden.
Oefen KNM
op alle acht thema’s.
Een volledig KNM-oefenexamen, gratis, in de vorm die het echte examen gebruikt.