Wat het A2-examen echt vraagt.

Alle 210 vragen en opdrachten uit drie DUO-oefenexamens zijn apart gecodeerd. Zo zie je wat het examen op de dag zelf van je wil in plaats van wat het zou moeten toetsen.

Dit is oefenmateriaal van DUO

A2 komt van DUO. Het Staatsexamen NT2 op B1 en B2 komt van het CvTE. Dat zijn twee examens van twee instanties. Ze verschillen op bijna alles wat we gemeten hebben. Alles op deze pagina komt uit de officiële DUO-oefenexamens, met de antwoorden uit het resultatenscherm.

Geteld uit de oefenexamens die DUO publiceert op inburgeren.nl.

Lezen

75 vragen, 3 oefenexamens

Het antwoord staat er meestal gewoon. In meer dan de helft van de gevallen bijna letterlijk. Dat is het grootste verschil tussen A2 en de niveaus erboven.

Antwoord staat bijna letterlijk in de tekst41van de 75(55%)
Antwoord is anders verwoord25van de 75(33%)
Vragen naar één specifiek detail48van de 75(64%)
Vragen waarbij je iets moet opzoeken23van de 75(31%)
Vragen over de hoofdgedachte2van de 75(2,7%)

Op A2 levert opzoeken meer op dan interpreteren. De valkuilen zitten verspreid: het goede feit op het verkeerde moment (17), iets dat klopt maar geen antwoord geeft (16), het goede feit bij de verkeerde persoon (15). Alle drie gaan over nauwkeurigheid en niet over begrip. Daarom is het A2 inburgering oefenen met de klok mee zinvoller dan in je eigen tempo.

In het examen

  • Zoek het antwoord op in plaats van de tekst helemaal te lezen. In 41 van de 75 vragen staat het er bijna letterlijk.
  • Kijk bij wie het feit hoort voordat je kiest. Het goede feit bij de verkeerde persoon is 15 keer een valkuil.
  • Wijs een optie af die maar de helft van de vraag beantwoordt. Dat zijn er nog eens 12 van de 75.

Luisteren

75 vragen, 3 oefenexamens

Bijna elke vraag gaat over één specifiek detail. De grote lijn hoef je niet samen te vatten en de mening van de spreker ook niet. Het gaat om een feit dat je hoort of mist.

Vragen naar één specifiek detail68van de 75(91%)
Antwoord wordt bijna letterlijk gezegd in het fragment56van de 75(75%)
Foute optie wordt genoemd en daarna teruggenomen25van de 75(33%)
Fragmenten met beeld in plaats van alleen geluid52van de 75(69%)
Je mag de vraag lezen voordat het fragment start75van de 75(100%)

Twee dingen dus. Lees elke keer eerst de vraag. Dat mag altijd. Wacht daarnaast met kiezen tot het fragment klaar is. In een derde van de vragen noemt de spreker de foute optie en neemt die daarna terug.

In het examen

  • Lees de vraag voordat het fragment begint. Dat mag elke keer, in alle 75.
  • Wacht met kiezen tot het fragment klaar is. In 25 van de 75 wordt een optie genoemd en daarna teruggenomen.
  • Luister naar één feit in plaats van naar de grote lijn. 68 van de 75 vragen willen één detail.

Schrijven

12 opdrachten, 3 oefenexamens

Twaalf opdrachten zijn te weinig voor percentages, dus dit zijn aantallen. Ze laten zien dat het examen op sommige punten nooit afwijkt.

Opdrachten met een korte tekst12van de 12(100%)
Opdrachten waarbij de openingszin er al staat12van de 12(100%)
Opdrachten die opsommen wat erin moet10van de 12(83%)
Opdrachten die een e-mail zijn5van de 12(42%)
Opdrachten in een neutrale of zakelijke stijl8van de 12(67%)

Je hoeft nooit een lange tekst te schrijven en je hoeft nooit zelf te beginnen. Het examen vraagt wel dat je alle punten behandelt die eronder staan. In tien van de twaalf opdrachten staan ze er. Sla je er één over, dan gooi je de makkelijkste score van het hele examen weg.

In het examen

  • Streep de punten uit de opdracht af voordat je inlevert. Tien van de twaalf opdrachten sommen ze op.
  • Hou het kort. Alle twaalf vragen om een korte tekst.
  • Schrijf geen eigen openingszin. Alle twaalf geven je de eerste regel.

Hoe wij Schrijven nakijken

DUO publiceert een beoordelingsmodel voor Spreken maar niet voor Schrijven op A2. Deze vijf criteria gebruikt onze eigen feedback. Ze volgen de structuur die het CvTE een niveau hoger aanhoudt.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

CriteriumPuntenWat het meet
Adequaatheid0 tot 3Doet de tekst wat de opdracht vroeg
Woordgebruik0 tot 2Hoeveel woorden je hebt en welke je kiest
Grammatica0 tot 2Of de zinnen kloppen
Spelling0 tot 2De spelling van de woorden die je gebruikt
Samenhang0 tot 1Of de zinnen op elkaar aansluiten

Spelling is hier een vijfde van het totaal en dat weegt zwaarder dan op B1. Het CvTE geeft er 4 punten van de ongeveer 47 voor. De teksten op A2 zijn kort. Een paar spelfouten wegen dan meteen zwaar.

Dit is ons model en geen officieel model. DUO publiceert voor Schrijven op A2 geen beoordelingsmodel en geen slaaggrens. De weging en elk slaagpercentage dat we laten zien zijn dus onze eigen lezing van wat het examen vraagt.

Bron: Ons eigen beoordelingsmodel, gebouwd op de CvTE-structuur van B1.

Spreken

48 opdrachten, 3 oefenexamens

Dit is het meest voorspelbare onderdeel: vier secties van vier vragen. De sectie zegt al wat voor antwoord er moet komen voordat je de opdracht gelezen hebt.

Opdrachten die precies twee dingen vragen46van de 48(96%)
Secties, van elk vier vragen4van de 4(100%)
Opdrachten met één plaatje waarbij je het beschrijft12van de 12(100%)
Opdrachten met twee plaatjes waarbij je je mening geeft12van de 12(100%)
Opdrachten waarbij je eerst iemand hoort praten12van de 48(25%)
Opdrachten waarbij je antwoordt op wat die persoon zei0van de 48(0%)

Bij één plaatje moet je beschrijven, in alle 12 opdrachten, en bij twee plaatjes vraagt het examen je mening, ook in alle 12. Drie plaatjes is de uitzondering en daar geldt geen regel: 9 van die 12 vragen je iets na te vertellen en 3 vragen je te beschrijven. Op B1 levert diezelfde sectie met één plaatje zeven verschillende soorten opdrachten op. Deze voorspelbaarheid is dus iets van A2 zelf. Er zit ook een grens aan. Bijna elke opdracht vraagt om twee antwoorden en zet er zelf "Vertel ook" bij. Zoek die tweede instructie op voordat je begint te praten. Die gewoonte krijg je alleen door herhaling onder de knie. Daar is de cursus inburgering examen A2 voor.

In het examen

  • Zoek de tweede instructie voordat je begint te praten, meestal "Vertel ook". 46 van de 48 opdrachten vragen twee dingen.
  • Kijk hoeveel plaatjes er staan voordat je je antwoord bedenkt. Eén betekent beschrijven, in alle 12 opdrachten met één plaatje, en twee betekent een mening, ook in alle 12. Bij drie plaatjes ligt het niet vast.
  • Ga door als je een accent hebt. De volle punten gaan naar verstaanbaar zijn en niet naar Nederlands klinken.

Hoe Spreken beoordeeld wordt

DUO publiceert het beoordelingsmodel voor Spreken op A2 en het is specifieker dan de meeste kandidaten verwachten. Zes criteria, twaalf punten per opdracht.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

CriteriumPuntenWat het meet
Adequaatheid0 tot 3Geeft het antwoord op de vraag die gesteld is
Woordgebruik0 tot 2Hoeveel woorden je hebt en welke je kiest
Grammatica0 tot 2Of de zinnen kloppen
Vloeiendheid0 tot 2Hoeveel je aarzelt
Uitspraak0 tot 2Of je te verstaan bent
Samenhang0 tot 1Of de zinnen op elkaar aansluiten

Bij adequaatheid zit de regel die je moet kennen: scoor je daar nul, dan gaan alle andere criteria ook op nul. Een antwoord naast de vraag levert niets op voor die opdracht, hoe goed het Nederlands ook is.

Vier van deze zes beoordelen we. Vloeiendheid en uitspraak laten we weg. Onze feedback werkt met een transcript en daarin zijn ze allebei niet meer terug te horen. Samen zijn ze 4 van de 12 punten waard. Daar heb je iemand voor nodig die echt luistert.

Een accent kost je geen punten

De hoogste score voor uitspraak gaat naar spraak die een gewone luisteraar moeiteloos verstaat. Het model zegt erbij dat dit ook geldt met een accent of een woord dat af en toe verkeerd klinkt. Het gaat erom of mensen je begrijpen. Of je Nederlands klinkt telt niet mee.

Eén getal komt niet van DUO. Dat is de slaaggrens. Het model geeft de criteria en de punten maar publiceert geen grens. Elk slaagpercentage is dus onze schatting en zo noemen we het ook.

Bron: Beoordelingsmodel Spreekvaardigheid A2, DUO, versie 31 maart 2023.

Waarin A2 van B1 verschilt

We hebben ze op dezelfde manier gecodeerd, dus je kunt ze naast elkaar leggen. Deze drie verschillen zijn getest. Ze zijn groot genoeg om geen toeval te zijn.

Lezen: antwoord staat bijna letterlijk in de tekst

A255%B119%

41 van de 75 tegen 20 van de 105

Luisteren: antwoord wordt bijna letterlijk gezegd

A275%B115%

56 van de 75 tegen 17 van de 114

Luisteren: vraag gaat over één specifiek detail

A291%B180%

68 van de 75 tegen 92 van de 115

Hier zetten we zelf een kanttekening bij. A2 is een examen van DUO en B1 is het Staatsexamen NT2. Er zitten dus andere mensen achter. Dat verklaart een deel van het verschil. Het gat is echt. Alleen komt het niet volledig door het niveau.

Eén ding om in je achterhoofd te houden

De drie oefenexamens voor Spreken lijken uit één batch te komen: dezelfde tekst boven elke sectie en in alle drie dezelfde typefout. Die getallen beschrijven dus de DUO-oefenexamens die we geteld hebben en niet elk A2-examen ooit. Lezen, Luisteren en Schrijven komen uit diezelfde drie examens en daar geldt hetzelfde voor. We publiceren wat we geteld hebben en waar we het vandaan hebben. Zo bouwen we de inburgeringscursus ook.

Hoe dit geteld is

Van elke vraag uit de drie oefenexamens is vastgelegd wat er gevraagd wordt, hoe de foute antwoorden in elkaar zitten en hoe het goede antwoord eruitziet. Was een vraag te onduidelijk om in te delen, dan ging hij eruit. We verzinnen er geen hokje voor. Om dezelfde reden staan de patronen die bij de controle omvielen gewoon bij ons examenonderzoek. Ze verdwijnen niet stilletjes.

Geteld in augustus 2026, uit de oefenexamens die er toen waren.

Timo Yasamin

Timo Yasamin · Oprichter, Inburgeringscursus

Timo begon Inburgeringscursus omdat hij mensen zag oefenen met materiaal dat niemand ooit naast het echte examen had gelegd. Daarom is dat hier wél gedaan. Elk getal op deze pagina’s komt uit de officiële examens. De patronen die de controle niet doorstonden staan er net zo goed bij als de patronen die dat wel deden.

Oefen het A2-examen
per onderdeel.

Eén volledig oefenexamen per onderdeel, gratis, in de vorm die het echte examen gebruikt.

Examenonderzoek A2: 210 vragen gecodeerd