Wat het B1-examen echt vraagt.

Drie jaar Staatsexamen NT2, elk item apart gecodeerd. Op A2 kun je het antwoord meestal opzoeken. Op B1 moet je het zelf afleiden. De getallen laten zien waar die omslag zit.

Dit is het Staatsexamen NT2

B1 is Programma I van het Staatsexamen NT2. Het CvTE stelt dit examen samen. Het is dus een ander examen dan wat je op A2 maakt. Het CvTE publiceert zijn examens en zijn correctievoorschriften. Daarom staat op deze pagina niet alleen hoe de vragen eruitzien. Er staat ook bij hoeveel punten elk deel van je antwoord waard is.

Geteld uit de examens die het CvTE publiceert in zijn NT2-oefenomgeving.

Lezen

105 vragen, 3 examens (2023 tot 2025)

Het antwoord staat er zelden in dezelfde woorden. In twee derde van de vragen is het herschreven. Een zin uit de tekst herkennen is dus nog niet hetzelfde als het antwoord gevonden hebben.

Antwoord staat in andere woorden dan de tekst68van de 105(65%)
Antwoord staat bijna letterlijk in de tekst20van de 105(19%)
Antwoord moet je uit de tekst afleiden17van de 105(16%)
Vragen naar één specifiek detail61van de 105(58%)
Foute optie klopt wel maar hoort bij een andere vraag39van de 105(37%)

De grootste valkuil is een bewering die klopt maar antwoord geeft op een andere vraag. Dat gebeurt in 39 van de 105 vragen. Afstrepen op "dat staat er niet" helpt je hier bijna niet, want de meeste foute opties staan er wel degelijk. Die gewoonte bouw je op met het inburgering B1 oefenexamen.

In het examen

  • Streep een optie weg omdat die bij een andere vraag hoort, niet omdat die onwaar is. Die valkuil zit er 39 keer in bij 105 vragen.
  • Ga ervan uit dat het antwoord anders geformuleerd is. Maar 20 van de 105 staan er bijna letterlijk.
  • Lees de vraag voordat je bepaalt waar de alinea over gaat. 61 van de 105 willen één specifiek detail en niet de grote lijn.

Luisteren

115 vragen, 3 examens (2023 tot 2025)

Driekwart van de antwoorden staat in andere woorden. Bijna elk fragment is een gesprek tussen twee mensen. Je luistert naar wat iemand bedoelt, niet naar losse woorden die je herkent.

Antwoord staat in andere woorden dan wat gezegd wordt86van de 114(75%)
Fragmenten met twee sprekers105van de 115(91%)
Vragen naar één specifiek detail92van de 115(80%)
Foute optie klopt wel maar hoort bij een andere vraag45van de 112(40%)
Inleidingen die niets over het antwoord verraden71van de 115(62%)

Het zinnetje voor elk fragment zegt minder dan je denkt. In 71 van de 115 noemt het niet het onderwerp en ook niet de richting van het antwoord. Er is dus geen kortere weg. Je moet het gesprek zelf volgen.

In het examen

  • Luister naar de betekenis en niet naar losse woorden die je herkent. In 86 van de 114 is het antwoord anders geformuleerd.
  • Houd bij wie wat zegt. 105 van de 115 fragmenten hebben twee sprekers en de twee door elkaar halen is een valkuil op zich.
  • Leun niet op de inleiding. In 71 van de 115 verraadt die niets over waar het antwoord zit.

Schrijven

36 opdrachten, 3 examens (2023 tot 2025)

Twaalf opdrachten per examen, acht korte en vier lange. Twee derde is een e-mail. Bij twee derde staat er niet bij wat je moet behandelen. Dat moet je zelf uit de situatie halen.

Opdrachten die een e-mail zijn23van de 36(64%)
Opdrachten zonder lijstje met punten die erin moeten24van de 36(67%)
Opdrachten waarbij de openingszin er al staat36van de 36(100%)
Opdrachten op het werk of in de opleiding29van de 36(81%)
Opdrachten in een informele toon17van de 36(47%)

Dit is de grootste verandering ten opzichte van A2. Op A2 stond bij tien van de twaalf opdrachten precies wat erin moest. Op B1 laten 24 van de 36 dat aan jou over. Je moet nu zelf uitzoeken wat de situatie vraagt. Dat wordt hier meegetoetst.

In het examen

  • Bepaal eerst wat de situatie vraagt en begin daarna pas te schrijven. Bij 24 van de 36 opdrachten staan de punten er niet bij.
  • Kies je toon op de lezer. Informeel is met 17 van de 36 de grootste groep, dus formeel Nederlands is niet zo veilig als het lijkt.
  • Oefen vooral de e-mail. Dat zijn 23 van de 36 opdrachten en in 29 speelt het op het werk of in de opleiding.

Hoe Schrijven beoordeeld wordt

Het CvTE publiceert het correctievoorschrift. Lees het één keer door voordat je gaat oefenen. Twaalf opdrachten en 47 tot 48 punten. Die punten liggen anders verdeeld dan de meeste kandidaten denken.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

CriteriumPuntenWat het meet
Adequaatheid20Doet de tekst wat de opdracht vroeg, voor de juiste lezer
Grammatica16Grammaticale correctheid
Woordgebruik4Hoeveel woorden je kent en welke je kiest
Spelling4De spelling van de woorden die je gebruikt hebt
Samenhang3 of 4Of de delen op elkaar aansluiten

Adequaatheid alleen al is 20 van de 47. Bijna de helft van je punten hangt dus af van de vraag of je tekst doet wat de opdracht vroeg. Grammatica is 16. Alles bij elkaar blijft de rest onder een kwart.

Spelling levert bijna niets op

Vier punten van ongeveer 47, minder dan een tiende van je score. De angst voor spelfouten staat in geen verhouding tot wat ze kosten. Controleer liever of je elk punt uit de opdracht behandeld hebt.

Anders dan bij A2 publiceert dit examen wel een slaaggrens: 25 tot 26 van de 47 tot 48 punten, afhankelijk van het jaar. Dat is een getal van het CvTE en geen schatting van ons.

Bron: Correctievoorschriften CvTE, Schrijven I, 2023 tot 2025.

Spreken

48 opdrachten, 3 examens (2023 tot 2025)

Zestien opdrachten, acht in elk van de twee delen. Bij de helft hoor je eerst iemand anders praten. Hoe de opdracht eruitziet zegt niets over wat voor antwoord er moet komen.

Opdrachten waarbij je eerst iemand hoort praten24van de 48(50%)
Opdrachten waarbij je die persoon daarna antwoord geeft12van de 48(25%)
Opdrachten zonder plaatje22van de 48(46%)
Opdrachten die om een mening vragen17van de 48(35%)
Opdrachten waarbij je een reden moet geven22van de 48(46%)

Op A2 volgt Spreken een vast sjabloon. Op B1 niet. Dezelfde opzet met één plaatje levert hier zeven verschillende soorten opdrachten op, dus je hebt niets aan het tellen van plaatjes. De opdrachtzin zegt je wel iets. Lees daaruit hoeveel dingen er gevraagd worden en of er een reden bij moet. Dat leer je niet uit een lijstje, dat leer je door het vaak te doen. Daar is de cursus Staatsexamen NT2 Programma 1 voor.

In het examen

  • Lees in de opdracht wat er gevraagd wordt en gok het niet op basis van het plaatje. Eén plaatje leidt op dit niveau tot zeven verschillende soorten opdrachten.
  • Kijk of er een reden bij moet. Dat is zo in 22 van de 48 opdrachten en die weglaten kost je punten op het zwaarste onderdeel.
  • Bereid je erop voor dat je een persoon antwoord geeft en niet een opdracht. Bij de helft hoor je eerst iemand praten en in 12 van de 48 reageer je rechtstreeks.

Hoe Spreken beoordeeld wordt

Zes aspecten, 128 punten over zestien opdrachten. Twee daarvan kun je niet uit een transcript halen en dat maakt uit voor de manier waarop je oefent.

Scroll de tabel opzij om te zien wat elk criterium meet.

AspectPuntenWat het meet
Inhoud32Of je gezegd hebt wat de opdracht vroeg
Woord- en zinsvorming32Grammaticale correctheid
Woordenschat24Hoeveel woorden je kent en welke je kiest
Uitspraak24Of je te verstaan bent
Tempo8Je snelheid en hoe vaak je hapert
Woordkeuze8Of je woorden bij de situatie passen

Inhoud en grammatica zijn samen 64 van de 128. De helft van je score gaat dus over wat je gezegd hebt en hoe correct je het gezegd hebt.

Uitspraak en tempo zijn samen 32 van de 128, een kwart van het totaal. Allebei verdwijnen ze zodra spraak tekst wordt. Onze feedback dekt daarmee ongeveer driekwart van wat een echte beoordelaar meeweegt. Dat zeggen we liever dan dat je een score hier voor een examenvoorspelling aanziet.

Voor dit examen is de slaaggrens wel bekend. Het examen ging in 2024 op de schop: in 2023 lag de grens op 58 van de 115 punten, in 2024 en 2025 op 73 en 75 van de 128. Die getallen komen van het CvTE en niet van ons.

Bron: Correctievoorschriften CvTE, Spreken I, 2023 tot 2025.

Waarin B1 verschilt van A2

Allebei zijn ze op dezelfde manier gecodeerd, dus je kunt ze naast elkaar leggen. Dit zijn de verschillen die we getest hebben en die groot genoeg uitvielen om echt te zijn.

Lezen: antwoord staat bijna letterlijk in de tekst

A255%B119%

41 van de 75 tegen 20 van de 105

Luisteren: antwoord wordt bijna letterlijk gezegd

A275%B115%

56 van de 75 tegen 17 van de 114

Schrijven: de opdracht noemt de punten die erin moeten

A283%B133%

10 van de 12 tegen 12 van de 36

Eén waarschuwing van onszelf. A2 is een examen van DUO en B1 is het Staatsexamen NT2. Een deel van het verschil komt dus doordat er andere mensen achter zitten. Het gat is echt. Alleen komt het niet volledig door het niveau.

Eén ding om in gedachten te houden

Dit zijn drie opeenvolgende jaren van één examen en geen steekproef uit alles wat het CvTE ooit heeft samengesteld. Waar een veld te onzeker was om te coderen lieten we de vraag weg in plaats van te gokken. Daarom lopen sommige tellingen tot 112 of 114 en niet tot de volle 115. We publiceren wat we geteld hebben en waar het op rust. Op diezelfde manier hebben we de inburgeringscursus gebouwd.

Hoe dit geteld is

Van elke vraag uit drie jaar examens is vastgelegd wat er gevraagd wordt, hoe de foute antwoorden in elkaar zitten en hoe het goede antwoord eruitziet. Was een vraag te onduidelijk om in te delen, dan ging hij eruit. Daarom lopen sommige tellingen hier tot 112 of 114 en niet tot de volle 115. Om dezelfde reden staan de patronen die bij de controle omvielen gewoon bij examenonderzoek inburgering. Ze verdwijnen niet stilletjes.

Geteld in augustus 2026, over de examens van 2023, 2024 en 2025.

Timo Yasamin

Timo Yasamin · Oprichter, Inburgeringscursus

Timo begon Inburgeringscursus omdat hij mensen zag oefenen met materiaal dat niemand ooit naast het echte examen had gelegd. Daarom is dat hier wél gedaan. Elk getal op deze pagina’s komt uit de officiële examens. De patronen die de controle niet doorstonden staan er net zo goed bij als de patronen die dat wel deden.

Oefen het B1-examen
zoals het gesteld wordt.

Eén volledig oefenexamen per onderdeel, gratis, in de vorm die het echte examen gebruikt.

Examenonderzoek B1: 304 vragen uit het NT2-examen